Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 385.

P. 835 reg. 12—13 v. b. — Asser-Scholten II 6e dr. p. 344, 351—352, 359, 376-378.

P. 335 reg. 15 v. b. — Na „acht" in te voegen: Aangaande het geval van art. 1185 no. 2 vgl. Perreau, Technique delajurisprudence.... 1 p. 72 v. o.—73 v. b., die voor Frankrijk gewaagt van de speciale jurisprudentie der Rechtbank van de Seine met het oog op de toenmalige Parijsche toestanden.

P. 335 reg. 15 en 14 v. o. — Asser-Scholten II 6e dr. p. 518, 522, Colin et Capitant 2e dr. II p. 777.

P. 335 reg. 2 v. o. — Toevoeging: Vgl. ook Rb. 's-Gravenhage 28 Okt. 1924 W. 11480, N. J. 1927 p. 1368.

P. 336 reg. 6 v. o. — Toevoeging: 46 A. Rb. Utrecht 2 Jan. 1929 N. J. 1929 p. 1647 leidde uit art. 1655 B. W. („terug te nemen") af dat het beding van recht tot wederinkoop zakelijke werking heeft. Dat is m. i. in dien zin juist dat er geen louter personeele vordering is, maar een actio in rem scripta (vgl. R. O. p. 305).

P. 337 reg. 16 v. b. — Na „170" in te voegen: Vgl. nog voor Frankrijk Rb. Florac 10 Febr. 1925 D. hebd. 1925 p. 301 (met jurisprudentie en litteratuur).

P. 338 reg. 2 v. b. — Toevoeging: Het bij R. O. p. 285 no. 57 vermelde pacht-ontwerp wil pacht, gedefinieerd in art. 1624 B.W. naar dat ontwerp, in art. 1627 tot een zakelijk recht maken, maar toch volgens de Mem. v. Toei. op art. III van dat ontwerp den Kantonrechter als gewonen rechter bevoegd voor pachtzaken; art. 39 lid 2 R. O. naar art. III van dat ontwerp spreekt echter enkel van rechtsvorderingen betrekkelijk tot een pachtovereenkomst-, vgl. het Voorl. Verslag der Tweede Kamer § 2 ja § 7 en op art. III ontw. I. Aangaande bedoeld art. 1627 zie Cohen in N. J.bl. 4 p. 474—480; Scholten in W. P. N. R. 3124 p. 636—637; Markvoort in W. 12092 p. 4 kol. 1 (gevolg van het niet wijzigen van art. 612 is dat slechts in naam de pacht zakelijk wordt).

Sluiten