Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 338.

P. 338 reg. 8—9 v. b. — Molengraaff II 5e dr.(1925) p. 682 v. o. ja p. 674.

49 A. Zie no. 19 A bij R. O. p. 322.

P. 328 reg. 15—13 v. o. — Suyling 2e dr. I, 2 p. 27 (vgl. I, 1 p. 64—65); Star Busmann 2e dr. p. 170 noot.

P. 338 reg. 7 v. o. — Toevoeging: 50 A. Het na de verdeeling der Loener Mark aan raarkgenooten gebleven recht geeft een onmiddelijke heerschappij over den grond en is een zakelijk recht, gelijkend op het in artt. 865 vv. B. W. geregelde recht van gebruik.

Rb. Zutphen 14 Nov. 1929 W. 12081.

P. 339 reg. 2 v. o. —Toevoeging: Ygl. L. J. Hymans v. d. Bergh, Opeenvolgen van rechtsregels, diss. Utrecht 1928 p. 188, speciaal noot 5 i. f., betreffende equivalente, thans niet meer bestaande eigenlijke heerlijke rechten, waarvan het twijfelachtig was of zij publiek- dan wel privaatrechtelijk waren. Zie voorts de Meyere (bij R. O. p. 310 geciteerd) p. 70 112 en daarbij Telders in Tijdschr. v. Rechtsgesch. 9 p. 203—206.

P. 340 reg. 14 v. b. — Toevoeging: de Meyere 1.1. p. 145—158, Telders 1. 1. p. 197 v. o.

P. 340 reg. 14 v. o. — Toevoeging: Ygl. ook Ktg. Utrecht 20 Jan. 1927 W. 11816, N. J. 1928 p. 66; de Meyere 1. 1. p. 127—144; Telders 1. 1. p. 197.

P. 341 reg. 4 v. b. — Toevoeging: Ygl. de Meyere 1.1. p. 169—176; Telders 1. 1. p. 207 (III0).

P. 341 reg. 15 v. b. — Toevoeging: Zie Hoogger. Hof's-Gravenhage 16 April 1824 v. Hamelsveld. Verzam. v. Gewijsden, 2e Serie I p. 357 (378): het recht van den dertienden penning rust op den grond. Vgl. de Meyere 1. 1. p. 180 190.

P. 341 reg. 15 v. o. — Na „eveneens H. R." in te voegen: 10 Mei 1929 W. 11989, N. J. 1929 p. 1094;

C. Art. 38 no. 2.

P. 341 reg. 5 v. o. — Vóór „Verhouding" in te voegen: en IA.

P. 341 reg. 2 v. o. — In plaats van „20" lees : 21.

Sluiten