Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 342.

P. 342 reg. 1 v. b. — Na „10" in te voegen: A.

P. 342 reg. 5 v. b. — Toevoeging: 13 A. Hetzelfde bij hoofdelijke inschuld.

P. 342 reg. 13 v. b. — Na „25" in te voegen : A.

P. 342 reg. 18 v. b. — Na „45" in te voegen: A.

P. 342 reg. 11 v. o. — Toevoeging: 45 A De exceptio non adimpleti contractus.

P. 342 reg. 2 v. o. — Toevoeging eener nieuwe alinea: 50 A. Erkenning van den rechtstitel vóór het proces, waarin gedaagde zijn houding verandert.

P. 343 al. 2 reg. 1. — Na „4979" in te voegen: Ygl. ook Rb. Amsterdam 25 Juni 1928 W. 11892, N. J. 1928 p. 1404: art. 38 no. 2 is niet toepasselijk, als het beloop van het gevorderde meer dan f 200 is.

P. 344 reg. 2 v. b. — Toevoeging: IA. Uit het onderling verband van artt. 53 en 38 aanvang, nos. 1 en 2 volgt a dat de Kantonrechter [behoudens tegengestelde wetsbepaling] in geen geval kennis mag nemen van vorderingen, waarvan niet vast staat dat zij niet meer beloopen dan f 200; uit niets blijkt en dus mag niet worden aangenomen dat de wetgever, in strijd met den aanvang en no. 2 van art. 38, den Kantonrechter bevoegd zou hebben willen maken ook als niet vaststaat dat de rechtsstrijd over minder dan f 200 loopt, al doet de redaktie van dat no. 2 die vraag rijzen; b dat het bovenstaande niet wegneemt dat ingevolge art. 38 no. 2 de Kantonrechter, mits minder [lees: niet meer] dan f 200 wordt gevorderd, kennis mag nemen van een vordering tot betaling van rente, enz., ook al bedraagt deze rente meer dan f 200, in welk geval zijn bevoegdheid ophoudt bij betwisting van den rechtstitel. De beteekenis van art. 38 no. 2 kan slechts zijn te onderscheiden tusschen een rechtsstrijd die enkel loopt over de verschuldigdheid van een termijn van minder dan f 200 eener niet betwiste hoofdsom boven dat bedrag, en een rechtsstrijd die door betwisting van den rechtstitel loopt over dat hoogere bedrag, al wordt slechts een termijn als voorbedoeld gevorderd.

H. R. 19 Nov. 1926 W. 11595 p. 1 kol. 1—3, N. J. 1927 p. 78, met noot P. S. — P. S. meent dat dit arrest zich

Léon's Rspr., II, 1, R. O., 2e ged. s. 5

Sluiten