Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 350.

maakt, als hij weigert te betalen dan als hij betaalt en dan terugvordert. Inderdaad wordt er ingeval de verhuurder vordert wèl een gedeelte (termijnen) eener grootere inschuld (het recht op de gezamenlijke termijnen) gevorderd, terwijl er bij de terugvordering door den huurder geen gedeelten van één inschuld worden opgeëischt. Maar, al is dan art. 38 no. 2 niet toepasselijk bij de terugvordering van termijnen, terwijl het wèl toepasselijk kan zijn bij een opvordering daarvan, de bevoegdheidskwestie behoeft men hiermee niet uitgemaakt te achten. Want haar beantwoording hangt ook af van de waarde (beloop), aan de vordering toe te kennen. Daarover zie bij R. O. p. 209, zoowel met het oog op het hier vermelde arrest van den Hoogen Raad als op het in den geest van dat arrest gemotiveerde vonnis Rb. 's-Gravenhage van 29 Juni 1925. Acht men in dergelijke gevallen den Kantonrechter onbevoegd voor de terugvordering wegens haar waarde, dan kan de door Meijees gesignaleerde anomalie zich niet voordoen. Want betwisting van den rechtstitel door den huurder op de vordering van den verhuurder korrespond eert met des huurders ontkenning van het recht van den verhuurder ook op andere termijnen dan die welke wordt teruggevraagd. Zoowel bij die betwisting als bij die ontkenning is dan de Kantonrechter onbevoegd, terwijl hij, wordt niet meer dan ƒ 200 opgeëischt, bevoegd is, als betwisting, respektievelijk de zooeven bedoelde ontkenning wegblijven, voor de vordering des verhuurders krachtens art. 38 no. 2, voor de terugvordering omdat deze in dat geval ook niet meer dan f 200 beloopt. — Ygl. bij R. O. p. 378 onder d en Rb. Haarlem 24 Dec. 1929 W. 12130.

Het geval van dit no 10A vertoont gelijkenis met dat van no. 10. Maar doordat het recht op eiken huurtermijn niet kan worden afgescheiden van het recht op de gezamenlijke termijnen, is het verband tusschen de verschillende termijnen zoodanig dat niet elke schuld in die mate op zich zelf staat als bij een bewindvoering de rekening en het jaarloon van den

Sluiten