Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 351.

ten en gemotiveerd met de waarde dier terugvordering.

f. Stelt eischer van gedaagde te vorderen te hebben ongeveer f 150 als restant eener koopschuld, en ongeveer f 160 wegens te veel geleverde waren, voor welk laatste bedrag bij zich echter een vordering voorbehoudt, dan zijn de nu enkel gevorderde f 150 niet een gedeelte eener inschuld van ongeveer f 310, daar het te veel geleverde geen voorwerp was van het koopcontract, waarop eischers vordering steunt. De Kantonrechter is bevoegd. Rb. Utrecht 12 Okt. 1927 W. 11889.

P. 352 reg. 7 v. b. — Toevoeging: c. Stelt eischer een koopsom van f 175 met beding tot bijbetaling van f 1 per week ingeval gedaagde het gekochte niet in een bepaalde maand afneemt en vordert eischer dan f 199, namelijk f 175 en 24 maal ƒ 1, hoewel er tijdens de dagvaarding sedert het zonder afnemen verstrijken der aangewezen maand drie en dertig weken zijn verloopen, dan vordert hij, kennelijk om zijn vordering beneden de f 200 te houden, een gedeelte der door hem gestelde inschuld. Koopsom en wekelijksche vergoeding worden krachtens hetzelfde contract gevorderd en zijn dus voor de beoordeeling van de rechterlijke competentie niet ieder afzonderlijk te beschouwen.

Ktg. Assen 31 Maart 1927 N. J. 1928 p. 934, nog overwegend dat, heeft eischer zijn rechten op wekelijksche vergoeding gereserveerd, de zaak voor dat deel is van onbepaalde waarde. Dat is slechts dan juist, als er mee wordt bedoeld dat het gevorderde deel is eener inschuld van onbepaalde waarde, niet als bedoeld mocht zijn: voor dat deel is de rechtsvordering van onbepaalde waarde. Immers voor het gereserveerde deel der inschuld is er geen vordering ingesteld. — Vgl. overigens bij dit vonnis (hier opgenomen wegens de beslissing over het verband tusschen koopsom en wekelijksche vergoeding) bij R. O. p. 357.

P. 352 no. 13a i. f. — Toevoeging: Rb. Amsterdam 30 Jan. 1928 W. 11809 achtte (contra O. M., dat art. 38 no. 2 niet toepasselijk oordeelde) bij betwisting van den rechtstitel den Kantonrechter onbevoegd voor een vordering van f 27.50, volgens

Sluiten