Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 354.

de overige, nog niet gevorderde gedeelten der inscbuld verbindende uitspraak over den betwisten rechtstitel zou geven". De H. R. casseerde toen het in tegengestelden geest gewezen vonnis Rb. Arnhem van 14 Juni 1923 W. 11121.

P. 354 reg. 5 v. o. — Na „Amsterdam" in te voegen: 10 Okt. 1928 W. 11937 en

P. 355 reg. 8 v. b. — Na „2089;" in te voegen: Ktg. Zaandam 25 Sept. 1924 R, B. A. 12 p. 88;

P. 355 reg. 13 v. b. — Star Büsmann 2e dr. p. 82.

P. 355 reg. 9 v. o. — Na „Verder" in te voegen: Ktg. Almelo 20 Sept. 1928 N. J. 1929 p. 260 voor het geval dat gedaagde het aangaan der overeenkomst ontkent, omdat dan moet worden onderzocht of oorspronkelijk meer dan f 200 was verschuldigd. Dit vonnis onderscheidde niet tusschen bindende beslissing en zuiver praejudicieel onderzoek. Voorts (Ktg. Alphen, enz., zie R. 0.1.1.)

P. 356 reg. 12 v. b. — Toevoeging van nieuwe alineas: Onder het overschot eener inschuld valt niet het bedrag, gevorderd door een commissionair als zijnde hetgeen de verkoop der in commissie gegeven goederen minder heeft opgebracht dan zijn op dien verkoop vallende onkosten. Dit bedrag is het nadeelig saldo der rekening en verantwoording van zijn voor gedaagde gedane ontvangsten en uitgaven. Is dat bedrag niet boven de f 200, dan is de Kantonrechter bevoegd, al heeft eischer de door gedaagde ontkende bedragen der ontvangsten en uitgaven beide boven die som gesteld.

Ktg. Assen 12 Febr. 1925 W. 11403 (vgl. bij R. O. p. 192 reg. 13 v. b. en bij p. 200).

Bij dit no. 14 vgl. no. 25 A (bij R. O. p. 368).

P. 357 reg. 1 v. o. — Toevoeging: Vgl. Drossaart Bentfort in W. 12116 p. 8. Voor de wet zooals zij luidt heeft hij ongelijk, zie Hollander in' W. 12123 p. 8 en hetgeen bier volgt. — Ktg. Rotterdam 12 Jan. 1926 W. 11598 was van oordeel dat een eischer, die stelt aanspraak te hebben op f 290.40 schadevergoeding, welk bedrag hij vermindert tot f 200, terwijl

Sluiten