Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 357.

gedaagde, zonder zich over die vermindering uit te laten, de verplichting tot schadevergoeding ontkent, een gedeelte vordert eener inschuld van meer dan f 200, waarvan gedaagde den rechtstitel betwist, zoodat de Kantonrechter onbevoegd is. — De Inzender 1. 1. merkt op: 1° gedaagde heeft geen bezwaren tegen de vermindering aangevoerd, 2° de stelling van den Kantonrechter dat een eenzijdige verklaring van eischer het door dezen gestelde recht niet gedeeltelijk kan doen te niet gaan, is betwistbaar, 3° de gevestigde praktijk is anders en het is ongewenscht daarmee te breken. Blijkens R. O. p. 357— 358 is er geen gevestigde praktijk, maar wel is de bedoelde stelling van den Kantonrechter betwistbaar. Al had eischer gezegd een schuldvordering boven de ƒ 200 te mogen stellen, uit zijn beperking tot f 200 kan men afleiden dat hij toch stelde dientengevolge nog slechts recht op die f 200 te hebben. En inderdaad is het ongewenscht hem dan niet aan zijn woord te houden, nu gedaagde, die den rechtstitel betwist, hierdoor ook geen aanleiding heeft de reduktie aan te nemen. Echter nemen velen aan dat een kwijtschelding slechts rechtsgevolg heeft, als zij duidelijk wordt aangenomen. Daarvoor voerde Ktg. Rotterdam 5 April 1927 W. 11651, N. J. 1927 p. 1100 (welk vonnis in gelijken zin besliste als dat van 1926) aan dat een kwijtschelding, die niet is aangenomen, steeds kan worden ingetrokken. Maar de juristen zijn juist verdeeld over de vraag, of ook een eenzijdige daad van kwijtschelding de schuld doet te niet gaan. Antwoordt men hierop met Diephuis bevestigend, dan herleeft die schuld niet door de intrekking der kwijtschelding. Ktg. Amsterdam 10 Okt. 1928 W. 11937, N. J. 1930 p. 357, was dan ook van oordeel dat, als eischer zijn (restant)schuldvordering beperkt tot beneden de f 200, die reduktie hem belet het in mindering gebrachte bedrag later nog in rechte te vorderen. Hieruit leidde de Kantonrechter af dat gedaagdes bewering, als zou de schuldvordering ten onrechte zijn gereduceerd, niet afdeed voor de competentievraag.

Sluiten