Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

J31J

P. 398.

p. 398. D. Art. 39 no. 3.

Deze bepaling is gewijzigd door art. 23 wet 10 December 1927 Stbl. 415 en implicite door artt. 47 e en 51c W. v. K. nieuw.

P. 398 reg. 10 v. b. — Na „p. 73" in te voegen: Hof Arnhem 16 Dec. 1925 W. 11463 N. J. 1926 p. 945; — Na „p. 344": Rb. Amsterdam 25 April 1924 (zie bij R. O. p. 400</); Rb. Arnhem 24 Jan. 1924 N. J. 1924 p. 616;

P. 398 reg. 11 v. b. — Te schrappen: 13 Juni 1923 R. B. A. 11 p. 86, en

P. 398 reg. 12 v. b. — Na „p. 1107;" in te voegen: Rb. Haarlem 15 Mei 1923 W. 11241, R. B. A. 13 p. 28;

P. 398 reg. 15 v. b. — Na „Utrecht" in te voegen: 19 Maart 1924 W. 11346, R. B. A. 13 p. 46,

P. 398 tekst, reg. 11 v. o. — Na „12 p. 7" in te vullen: W. 11402, N. J. 1924 p. 469, 13 Juni 1923 W. 11223, R. B. A. lip. 86, 20 Juli 1927 N. J. 1928 p. 1039; Ktg. Enschedé 17 Febr. 1927 R. B. A. 15 p. 15, 28 Aug. 1924 R. B. A. 12 p. 78

P. 398 tekst, reg. 10 v. o. — Na „venhage" in te voegen : 14 Maart 1924 W. 11178, R. B. A. 12 p. 46;

P. 398 tekst, reg. 9 v. o. — Na „p. 68;" in te voegen: Ktg. Roermond 12 Juli 1924 R. B. A. 12 p. 95; Ktg. Rotterdam 10 Nov. 1925 R. B. A. 13 p. 94;

P. 398 tekst, reg. 1 v. o. — Toevoeging: Zie nog bij R. O. p. 401, i. — Ten onrechte vereenzelvigden de genoemde vonnissen Rb. Haarlem 15 Mei 1923 en Rb. Utrecht 19 Maart 1924 het gezagselement met contractueele gebondenheid, ten gevolge waarvan de Utrechtsche Rechtbank aannam dat er een arbeidscontract is tusschen een verzekeringmaatschappij en haar controleerenden geneesheer. Niet elke contractueele gebondenheid brengt ondergeschiktheid mee; anders zou het gezagselement ook geen waarde hebben als kenteeken voor het arbeidscontract. Betwistbaar is de gezagsverhouding b.v. ook in het geval van Rb. Groningen 27 Nov. 1925 W. 11519, N. J. 1926 p. 842.— Niet altijd echter is gezagsverhouding een bewijs dat er arbeids-

Sluiten