Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«IJ

P. 412.

P. 412 reg. 12 v. b. — Toevoeging: 12 A. De vordering tot schadevergoeding, door een werkman tegen zijn werkgever ingesteld wegens het aan de Rijksverzekeringsbank te laag opgeven van het loon, tengevolge waarvan eischer een te lage ongevallenrente ontvangt, valt onder art. 39 no. 3. Al vloeit de verplichting tot het richtig aanhouden van loonlijsten niet voort uit het arbeidscontract, het verwaarloozen dier verplichting is een nalaten van hetgeen een goed werkgever behoort te doen (art. 1638 a: B. W.). Buitendien zou er zonder arbeidscontract geen onrechtmatige daad zijn.

Rb. 's-Gravenhage 21 Dec. 1923 W. 11241, N. J. 1924 p. 929 en, in het ten gevolge van dit vonnis gerezen jurisdiktiegeschil, Hof's-Gravenhage 12 Jan. 1925 W. 11338 p. 3—4,R. B. A. 13 p. 49, (contra O. M.).

12 B. De vordering tot schadevergoeding, door een werkman tegen zijn werkgever ingesteld, wegens het niet houden der belofte te zorgen voor de naar de Invaliditeitswet verplichte verzekering van eischer, ten gevolge waarvan eischer premie heeft betaald voor vrijwillige verzekering, valt niet onder art. 39 no. 3.

Rb. Rotterdam 28 Dec. 1925 N. J. 1926 p. 527.

12 C. De vordering tot schadevergoeding, door een werkgever ingesteld wegens het door den arbeider na afloop zijner dienstbetrekking niet ontruimen der dienstwoning, valt onder art. 39 no. 3.

Rb. Amsterdam 2 Maart 1925 W. 11417, N. J. 1926 p. 864, R. B. A. 13 p. 50, vernietigend het in tegengestelden zin gewezen vonnis Ktg. Amsterdam 1 Mei 1924 W. 11417, N. J. 1926 p. 555, R. B. A. 13 p. 50. Zie in R. B. A. 1. 1. het naschrift van Höfelt (den Kantonrechter) en de noot M. B. V. Naar aanleiding daarvan de polemiek, bij R. O. p. 408 no. 5 i. f. geciteerd.

P. 412 no. 14. — Toevoeging: Vgl. Rb. Rotterdam 28 Jan. 1924, bij R. O. p. 410 reg. 9 geciteerd: de toezegging eener wekelijksche

Sluiten