Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJ

P. 412.

uitkeering, gedaan naar aanleiding van een ontijdig ontslag uit de dienstbetrekking, is een regeling der te dier zake verschuldigde schadeloosstelling, dus een uitvloeisel van het arbeidscontract. De desbetreffende vordering valt, evenals die voor de bij de wet geregelde schadeloosstelling, onder art. 89 no. 3.

P. 414 reg. 5 v. o. — Na „Vgl. nog" in te voegen: 1° Hof 's-Gravenhage 17 Maart 1924 W. 11431, R. B. A. 13 p. 91, 2° Rb. Amsterdam 2 Maart 1925 in verband met Ktg. Amsterdam 1 Mei 1924 (zie bij R. O. p. 412 no. 12 C) en verder 3° (enz. zie p. 414)

P. 415 reg. 15 v. b. — Na „p. 88" in te voegen: Ktg. Breda 5 Aug. 1925 W. 11511, N. J. 1926 p. 1332 (met het oog op de ontvankelijkheid der vordering)

P. 415 reg. 2 v. o. — Toevoeging: Bij het voorafgaande vgl. Ktg. Zaandam 18 Febr. 1926 R. B. A. 13 p. 103: Staat iemand een door hem gehuurd huis tegen geldelijke vergoeding ten gebruike af aan zijn filiaalhouder, dan geschiedt dit niet krachtens arbeidscontract, ook al is het tegelijk met dat contract overeengekomen en al is met het oog op de dienstbetrekking de vergoeding lager gesteld dan anders het geval zou zijn geweest. Hier is het gebruik van het huis geen deel van het loon; de geldelijke vergoeding brengt mee dat er een huurcontract is. Yooral als het contract bepaalt dat de ontruiming eerst twee maanden na het beëindigen der dienstbetrekking kan worden verlangd, blijkt dat er metterdaad twee overeenkomsten zijn: arbeidscontract en huur. Het niet ontruimen na de 'twee maanden is niet nakomen van het huurcontract; daarbij domineert het arbeidscontract niet. De vordering valt niet onder art. 39 no. 3, maar onder art. 41. — Dit geval was eigenaardig door de bepaling: ontruiming eerst twee maanden na afloop der dienstbetrekking, die echter ook in een arbeidscontract kan voorkomen. M. i. is voor het overige in zulke gevallen het verschil tusschen bedongen en bij huur normale vergoeding als deel van het loon aan te merken, zoodat dan,

Sluiten