Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 415.

is er één overeenkomst aangegaan, art. 1637 c lid 1 B. W. toepasselijk is; vgl. no 2 c op art. 39 D, R. O. p. 402—403.

P. 417 c i. f. — Toevoeging: In dien zin nog Rb. 's-Gravenhage 13 Maart 1924 R. B. A. 12 p. 90.

P. 417 cl i. f. — Na „41" toe te voegen: A no. 7.

P. 419 c i. f. — Toevoeging: Vgl. hierbij de volgende beslissingen. 1° Hof Amsterdam 10 Okt. 1924 N. J. 1925 p. 1053, implicite van oordeel dat de door een werkgever ingestelde vordering tot betaling van boete wegens overtreding eener bepaling in het arbeidscontract, die geen betrekking had op de arbeidsverhouding, maar op een vroeger den werknemer verstrekte leening, omdat die bepaling materieel niet tot het arbeidscontract behoort, ook niet tot dat contract betrekkelijk is; 2° Rb. 's-Gravenhage 30 Juni 1925 W. 11551, N. J. 1925 p. 1162, R. B. A. 14 p. 68: de vordering tot terugbetaling van f 1000, door eischer, toen hij met gedaagde als werknemer een arbeidscontract sloot, aan dezen geleend onder beding van teruggaaf ingeval de werknemer zonder dringende reden het arbeidscontract beëindigt, valt niet onder art. 39 no. 3; hoewel de leening verknocht is aan het arbeidscontract, wordt zij ingevolge art. 1637 c beheerscht door haar eigen bepalingen. A fortiori geldt hetzelfde, voorzoover de vordering is gericht tegen den borg, die niet in dienst van eischer is geweest. — M. i. was art. 1637 c lid 1 niet toepasselijk, want er waren twee overeenkomsten tegelijk aangegaan, een arbeidscontract en een geldleening. En daarom is de beslissing juist, maar de motiveering niet (vgl. R. O. p. 402 v. o.—403 v. b.)

P. 419 d i. f. — Het woord „door" is te cursiveeren.

P. 419e i. f. — Toevoeging: f. Een na afloop van het arbeidscontract gedane bijzondere toezegging door een werkgever aan zijn gewezen werkman omtrent een pensioen, berust niet op het arbeidscontract, al was dat het motief voor de toezegging. De vordering tot betaling van pensioen heeft tot grondslag de

Sluiten