Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 420.

aangeboden, doch door dien derde geweigerde en toen door gedaagde voor zich behouden steekpenningen, valt niet onder art. 39 no. 3, daar zij niet tot voorwerp heeft de betrekking uit arbeidscontract: hetgeen eischer aan gedaagde ten laste legt is onrechtmatig, onafhankelijk van dat contract en van de dienstverhouding.

Hof 's-Gravenhage 17 Dec. 1928 W. 11964.

P. 422 reg. 5 v. b. — Toevoeging: f. De vordering van een werkgever tegen zijn vroegeren arbeider tot schadevergoeding van f 500 wegens het, tyjdens èn na de dienstbetrekking voor eigen rekening zaken doen onder eischers naam, valt enkel voor het tijdens de dienstbetrekking verrichte onder art. 39 no. 3. Voor het overige is zij niet ter competentie van den Kantonrechte], als niet blijkt dat zij voor dit gedeelte niet meer dan f 200 beloopt.

Ktg. Rotterdam 28 Jan. 1924 R. B. A. 13 p. 81.

21 A. De vordering van een lid der bemanning van een schip, dat hulp heeft verleend aan een in nood verkeerend schip, ingesteld tegen de reederij van laatstbedoeld schip, valt niet onder art, 39 no. 3. De helpers hebben een zelfstandig recht tegen het geholpen schip. Vordert de reederij, dan doet zij dat als gemachtigde van de leden der bemanning, niet uit kiacht van haar arbeidscontract met hen, uit welk contract niet volgt een recht tegen de andere reederij op hulploon, waarvan de verdeeling niet is een sequeel der dienstverhouding.

Ktg. Rotterdam 21 Mei 1926 W. 11554.

21 B. Een vordering in vrijwaring, steunend op de stelling dat de werknemer krachtens zijn arbeidscontract niet gerechtigd was zekeren koop te sluiten, beweert schending der verplichtingen, den arbeider in art. 1639 b B. W. opgelegd. Zij valt

dus onder art. 39 no. 3.

Rb. Amsterdam 10 Juni 1927 W. 11726, N. J. 1927 p. 1164.

210. Een vordering in vrijwaring, steunend op de door gedaagde in vrijwaring aan eischer in vrijwaring gedane mede-

Sluiten