Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 422.

deeling dat de eischer der hoofdvordering zou hebben toegestemd in zekere bij de onderhandelingen tusschen partijen in vrijwaring voorziene wijziging van zijn arbeidscontract met eischer in vrijwaring, valt onder art. 89 no. 3.

Rb. Arnhem 10 Dec. 1925 R. B. A. 13 p. 92.

21 D. Een vordering, steunend op een overeenkomst te zijner tijd een arbeidscontract te sluiten valt niet onder art. 39 no. 3.

Hof 's-Gravenhage 14 Maart 1927 W. 11715, N. J. 1928 p. 403.

P. 422 reg. 10 v. b. — Na „geciteerd" in te voegen: Hof's-Hertogenbosch 3 April 1928 W. 11898, N. J. 1928 p. 1533, R. B. A. 16 p. 58, vernietigend Rb. 's-Hertogenbosch 3 Dec. 1926 W. 11706, N. J. 1927 p. 1187, R. B. A. 15 p. 68 (dit vonnis meende: er is een leemte in het wetboek van B. Rv., waardoor de Kantonrechter niet onbevoegd wordt); Rb. Rotterdam 5 Dec. 1928 W. 12001, R. B. A. 16 p. 82, op overweging dat de speciale regeling van artt. 771 vv. Rv. derogeert aan den algemeenen regel van art. 39 no. 3 R. O., een overweging die onjuist is, daar wettelijke bepalingen louter op de procedure niet als speciale regeling kunnen staan tegenover een competentiebepaling; voorts (enz. zie R. O. 1. 1.)

P. 423 no. 23. — Zie nu bij Inl. R. O. p. 101 reg. 4 v. o. en bij 1. 1. p. 102 reg. 3 v. o.

P. 424 reg. 4 v. o. — Na „25" in te voegen : a.

P. 424 reg. 3 v. o. — Na „scheidslieden" in te voegen: of aan andere partikulieren

P. 424 reg. 2 v. o. — Na „11179" in te voegen: en in appèl Rb. Amsterdam 1 Mei 1925 W. 11356

P. 424 reg. 1 v. o. — Toevoeging eener nieuwe alinea: b. De vraag of ook in de bij art. 39 no. 3 bedoelde zaken art. 289 Rv. toepasselijk is, betreft de uitlegging van dat art. 289 en is dezelfde als die voor alle Kantongerechtszaken kan worden gesteld, zie op art. 289 Rv. Léon-de .Jong no. 9 en LéonLodder nos. 70—71, dezen laatste ook op art. 125aRv.no. 21

Sluiten