Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 424.

(j°no. 22). Zie nog Hof 's-Gravenhage 25 Mei 1925 W. 11593, R. B. A. 15 p. 52; Pres. Rb. 's-Gravenhage 18 Nov. 1922

N. J. 1926 p. 698.

P. 425 reg. 9 v. b. — Toevoeging eener nieuwe alinea: E. Art. 39 lid 2 naar het pacht-wetsontwerp I,- art. III. Zie bij R. O. p. 338 reg. 2 v. b.

P. 427. Art. 41. Bij dit opschrift een noot: Ygl. bij R. O. p. 447 reg. 8 v. b. de noot betreffende het pacht-wetsontwerp.

A. Ontruiming.

P. 427 reg. 4 v. o. — In plaats van „26" lees: 25—26(speciaal

Hof Arnhem 6 Febr. 1901).

P. 429 reg. 11 v. b. — Na „Amsterdam" in te voegen: 9Maart

1925 W. 11415.

P. 429 reg. 9 v. o. — Toevoeging: 2A. Is gevorderd ontruiming wegens het beëindigd zijn der huur en, kennelijk voor het geval dat de rechter haar niet beëindigd acht, voorzooveel noodig haar ontbinding, dan is er een primaire eisch tot ontruiming ter competentie van den Kantonrechter, terwijl diens bevoegdheid voor de subsidiaire vordering tot ontbinding afhangt van

het bedrag der jaarhuur.

Hof 's-Gravenhage 9 Jan. 1928 N. J. 1930 p. 354. Vgl. bij R. O. p. 455 en de Aanvullingen bij Suppl. I p. 23 no. 8 A i. f. (bij Inl. p. 26).

P. 430 reg. 3 v. b. — Na „p. 154" in te voegen: Rb. Roermond 25 Juli 1929 W. 12023; Ktg. Amsterdam 5 Nov. 1927 N. J. 1928 p. 27;

P. 431 reg. 1 v. b. — Na „4048;" in te voegen: Ktg. Assen

16 Sept. 1926 N. J. 1928 p. 1110 (zie bij R. O. p. 445); P. 432 reg. 16 v. o. — Toevoeging: Vgl. Ktg. Breda25 Juli 1923 N. J. 1924 p. 477: de vordering van art. 41 (dat enkel de competentie regelt) komt slechts toe aan den eigenaar der verhuurde goederen of aan den huurder-onderverhuurdei. Is hij, die het huis van den verhuurder heeft gekocht, nog geen

Sluiten