Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tflj

P. 447.

op het bloote verlangen van den verhuurder en dus aan diens willekeur is overgeleverd.

Rb. Alkmaar 11 Maart 1869 W. 3121.

E. Art. 41 lid 2. Bij dit opschrift een noot: Het bij R. O. p. 285 vermelde pacht-wetsontwerp wil het tweede lid van art. 41 doen vervallen en lid 3 dienovereenkomstig wijzigen. Buitendien wil het in lid 1 in plaats van „en kelders" lezen: „kelders en andere onroerende goederen". Ygl. art. 39 lid 2 R. O. naar gemeld ontwerp.

P. 448 reg. 3 v. b. — Toevoeging: Ygl. Ktg. Heerlen 4 Febr. 1927 (bij R. O. p. 437 geciteerd): uit de dagvaarding moet ondubbelzinnig blijken [lees: in de dagvaarding moet duidelijk zijn gesteld] dat de jaarlijksche pacht niet meer dan ƒ 200 is.

P. 449 no. 5 i. f. —Toevoeging: Ygl. voor het beroep op art. 1612 B. W. ook Ktg. Heerlen, bij R. O. p. 437 vermeld.

P. 450. Art. 42.

P. 452 reg. 9 v. o. — Na „no. 88" in te voegen: en Rb. Roermond 27 Maart 1924 W. 11383, N. J. 1924 p. 513.

P. 454 reg. 17 v. b. — Na „'s-Gravenhage" in te voegen: 27 Juli 1927 W. 11862 en

P. 455 reg. 1 v. o. —Toevoeging: Vgl. Ktg.'s-Gravenhage 27 Juli 1927 W. 11862. — Zie ook Hof 's-Gravenhage 9 Jan. 1928, vermeld bij R. O. p. 429. In die zaak was art. 42 niet toepasselijk wegens het jaarlijksch bedrag der huur, niet ook omdat, daar de dagvaarding ontruiming vooropstelde, niet zou zijn gevorderd ontbinding en „dientengevolge" ontruiming. Metterdaad werd deze laatste bij den subsidiairen eisch implicite als gevolg der ontbinding mede gevorderd.

P. 456 no. 12. — Toevoeging: Zie in W. 11426 p. 8 kol. 2 over een voorstel tot verhooging van het in art. 42 genoemde getal 200 en de wijziging van art. 42, die art. III van het bij R. O. p. 285 vermelde pacht-wetsontwerp wil aanbrengen.

Sluiten