Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 457.

Art. 43.

P. 457 reg. 10 v. b. — Na „verzet." in te voegen: Zie ook H. R. 19 April 1928 W. 11842, N. J. 1928 p. 1483, de cassatie verwerpend tegen Hof Leeuwarden 4 Mei 1927 W. 11705, N. J. 1928 p. 848, waarbij de overeenkomst als geldig was erkend, maar was aangenomen dat zij de Rechtbank niet onbevoegd maakte, doch de bij haar ingestelde vordering niet-ontvankelijk (vgl. R. Mag. 1920 p. 212—213); zie naar aanleiding van'sHofs arrest Verstegen in W. 11719 p. 4.

P. 457 reg. 11 v. o. — Toevoeging: Het is duidelijk dat art. 43 en dus ook zijn tweede lid toepasselijk is, als na daartoe strekkende overeenkomst partijen zich bij den Kantonrechter aanmelden en dat het onverschillig is of anders de Kantonrechter onbevoegd zou zijn ingevolge art. 38 no. 2 dan wel om een andere reden; vgl. Rb. 's-Hertogenbosch 11 Mei 1928 W. 12016, N. J. 1930 p. 804.

P. 457 reg. 7 v. o. — Toevoeging: Vgl. ook W. 11426 p. 8 kol. 2.

P. 459 reg. 1 v. b. — Toevoeging: Ygl. echter voor de cassatieprocedure, met het oog op art. 428 lid 1 Rv., het op no. 6 te vermelden arrest H. R. van 1926.

P. 459 no. 6. — Toevoeging: De beslissing van den Kantonrechter iö dan ook een vonnis in eigenlijke rechtspraak: H. R. 18 Juni 1926 W. 11541 (met noot H. d. J.), N. J. 1926 p. 1235 (met noot E. M. M.).

P. 459 reg. 6 v. o. — Toevoeging: 8A. De in art. 43 bedoelde Kantonrechter is niet noodzakelijk een Kantonrechter van het arrondissement, waarin een der partijen woont. Hij kan ook zijn die van het arrondissement, waarin de door partijen aangegane bijzondere maatschap, waaruit het geschil is gerezen, moet geacht worden te zijn gevestigd, dat is de plaats der in art. 1660 B. W. bedoelde onderneming.

Rb. Winschoten 6 Febr. 1929 W. 11998. — Ygl. art. 126 lid 11 Rv.

P. 459 reg, 5 v. o. — Na „9" in te voegen: a.

Sluiten