Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 516.

van een verklaring van partijen. Maar daarmee behoeft niet te zijn bedoeld dat alle partijen moeten hebben afgezien van het instellen van hooger beroep, nu art. 55, zooals het in no. 1 vermelde arrest H. R. van 1909 zegt, enkel de private belangen der partijen betreft.

Art. 56.

A. Art. 56 lid 1.

P. 516 no. 1. b. Art. 845 lid 2 Sv., nu art. 349 lid 2. Vgl. R. O. p. 469 v. o. (no. 12).

P. 516 reg. 13 v. b. — Toevoeging: maar wèl in Sv. 1925: art. 426.

P. 517 reg. 4—3 v. o. — ln plaats van „1901 Stbl. 235)" lees nu: 1927 Stbl. 48). — Toevoeging: Vgl. nog Blok-Besier 1.1.1 p. 25 (3°).

P. 519 reg. 4—5 v. b. — Oppenheim 5e dr. I p. 537 v. o.—538.

P. 519 al. 1 i. f. — Toevoeging: en bij wet 1929 Stbl. 230).

P. 519 reg. 2 v. o. — Toevoeging: Zie nu art. 240 naar de wet van 1929 Stbl. 388.

P. 520 reg. 7 v. b. — Toevoeging: en 1929 Stbl. 230].

P. 523 reg. 12 v. b. — Toevoeging: Vgl. nog Treub in Vragen des Tijds 1924 p. 1—13.

P. 524. B. Art. 56 lid 2.

P. 524 reg. 17 v. b. — In plaats van „1921" lees nu: 1925

P. 524 reg. 3 v. o. i. f. — Hierbij een noot: Blok-Besier 1. 1. I p. 27 noot merken op dat het beroep van dit arrest van 1921 op art. 56 lid 2 onjuist is en in strijd met den inhoud van het R. O. p. 528 no. 6 geciteerde arrest van 1906.

P. 525 reg. 13 v. o., p. 526 reg. 1 v. b. en p. 527 reg. 7 v. b. — Art. 845 Sv. 1921, nu art. 349.

P. 526 reg. 6 v. o. — Toevoeging: Vgl. nog Blok-Besier 1. 1. I p. 27—28.

2 A. Voor het geval van ééndaadschen samenloop zie in België het Hof vap Cassatie 17 M^art 1924 La Belgique

Sluiten