Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 601.

en zijn O. M. verschillen herhaaldelijk in hun antwoord op de vraag of er een in cassatie ontoelaatbaar novum is. Zie van de latere arresten b. v. in een onteigening-procedure H. R. 24 Nov. 1926 W. 11602, N. J. 1927 p. 68, implicite geen ontoelaatbaar novum aanwezig achtend. — Ook een feitelijke bewering, waarvan de juistheid dadelijk in het oog springt, laat de Hooge Raad niet voor het eerst in cassatie toe: H. R.

29 Maart 1928 W. 11843, N. J. 1928 p. 762 (hier de bewering dat in een vordering tot nakoming eener toezegging het aanvaarden dier toezegging ligt opgesloten).

P. 602 reg. 17 v. b. — Na „H. R." in te voegen: 21 Mei 1928 W. 11854 (met noot 1 H. d. J.), N. J. 1928 p. 1150; 15 April 1925 N. J. 1925 p. 661;

P. 603 reg. 8 v. b. — Toevoeging: Op dit laatste punt vgl. H. R.

30 Dec. 1927 W. 11796, N. J. 1928 p. 570.

P. 603 reg. 13 v. b. — Na „H. R." in te voegen: 1 Maart 1928 W. 11802, N. J. 1928 p. 545; 9 Febr. 1928 W. 11897, N. J. 1928 p. 523 (contra O. M.); 19 Nov. 1926 W. 11595 p. 1—2, N. J. 1927 p. 546 (met noot E. M. M.); 9 Juni 1926 W. 11543; 7 April 1926 W. 11518. Ygl. het bij p. 601 vermelde arrest van 16 Juli 1929. Verder H. R. (enz.)

P. 603 reg. 11 v. o. — Toevoeging: g. Een in cassatie ongeoorloofd novum heeft wel tengevolge dat de daarbij aangevoerde bewering buiten sprake blijft, maar niet dat het cassatiemiddel ook in zijn overige beweringen niet tot cassatie kan leiden. H. R. 16 Juni 1926 W. 11529, N. J. 1926 p. 1014. P. 603 reg. 4 v. o. — Na „H. R." in te voegen: 28 April 1927

W. 11679, N. J. 1927 p. 797;

P. 604 .reg. 10 v. b. — Na „geciteerd" in te voegen: Voorts H. R. 10 Nov. 1927 W. 11754 p. 1—2, N. J. 1928 p. 149; 9 Mei 1928 "W.- 11831.

P. 605 reg. 2 v. b. —Toevoeging: Bij dit no. 15 vgl. noot E. M. M.

in N. J. 1927 p. 1375 op H. R. 20 Mei 1927.

P. 605 reg. 5 v. b. — Na ?,H. R." in te voegen: 10 Nov. 1927,

Sluiten