Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 745.

p. 40—50; J. Gaügier, De 1'interprétation des actes juridiques, diss. Parijs 1898 p. 219 vv.

P. 745 reg. 17 v. b. — De verwijzing te lezen: Themis 1925 p. 186—187 noot 11, p. 194—195 noot 20, p. 211—212 noot 81. Daarbij zie nog Mabty 1. 1. p. 293—322, 330—350, 352—354.

P. 745 reg. 14 v. o. — Na „H. R." in te voegen: 4 Dec. 1924 W. 11342, N. J. 1925 p. 274 (implicite, het O. M. uitdrukkelijk);

P. 746 reg. 12 v. b. — Na „vermeid" in te voegen: Zie nog H. R. 25 Maart 1926 W. 11489, N. J. 1926 p. 781 (met noot P. S.): de beslissing aangaande het ontbreken van het element vrijgevigheid bij een beweerde schenking is i. c. o. P. S. erkent dit voor de bedoelingen van partijen, niet voor de nadere bepaling van het begrip vrijgevigheid, voor de omgrenzing van het schenkingsbegrip (en de kwalifikatie als schenking). M. i. heeft hij gelijk. — Vgl. nog een nagenoeg gelijkluidend arrest van denzelfden datum in W. P. N. R. 2953.

P. 747 reg. 5 v. b. — De verwijzing te lezen: Themis 1925 p. 189 noot 15, p. 201.

P. 747 reg. 6 v. b. — De verwijzing te lezen: Themis 1925 p. 203—209

P. 747 no. 241 i. f. — Toevoeging: H. R. 7 Maart 1930 W. 12131 (met noot S. B.) achtte, contra O. M., een in cassatie onaantastbare uitlegging der statuten aanwezig, nu het Hof had aangenomen dat de bepaling in die statuten, volgens welke de vennootschap door de Direkteuren werd vertegenwoordigd, niet werd beperkt door een andere bepaling, die de Direktie ver• bood zonder goedkeuring van den Raad van Toezicht een geldleening toe te zeggen, welke laatste bepaling het Hof had aangemerkt als enkel de inwendige verhouding in de vennootschap te regelen. Het O. M. meende dat deze beschouwing van het Hof, als van rechtskundigen aard, i. c. t. t. was. Zoo ook S. B., die de beschouwing gemotiveerd had willen zien. Op zich zelf kon onvoldoende motiveering hier niet tot cassatie leiden. En de vraag of de bepaling over de noodige goedkeuring

Léon's Kspr., II 1, E. O., 2e ged. s. 11

Sluiten