Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 747.

door den Raad van Toezicht enkel de strekking had van een verbod aan de Direktie dan wel mede tot beperking der algemeene vertegenwoordigings-bevoegdheid bij overtreding van het verbod, is een vraag over de bedoeling der statutaire bepalingen in onderling verband, dus van uitlegging, ook in de beperkte beteekenis van dat woord.

P. 747 no. 242. — Toevoeging: In de Duitsche litteratuur zie nog Oertmann (bij R. O. p. 589 geciteerd) p. 509—516 jis p. 502 vv.

P. 747 reg. 6 v. o. — Na „H. R." in te voegen: 4 Mei 1928 W. 11852, N. J. 1928 p. 1200; 14 Okt. 1925 W. P. N. R. 2998; — Na „Dec. 1924" in te voegen: W. 11343,

P. 748 reg. 7 v. o. — Na „gehecht" in te voegen: Zoo ook H. R. 14 Okt. 1925 W. P. N. R. 2998.

P. 749 reg. 6 v. o. — De verwijzing te lezen: Themis 1925 p. 213 v. o.—p. 214.

P. 750 reg. 11 v. b. — Na „H. R." in te voegen: 13 Maart 1925 N. J. 1925 p. 571; 8 Jan. 1925, bij R. O. p. 678 geciteerd;

P. 751 reg. 16 v. b. — De verwijzing te lezen: Themis 1925 p. 202—203.

P. 751 reg. 11 v. o. — Na „1924" in te voegen: W. 11316 p. 1 kol. 1—3 (met noot Mff., die ten onrechte meent dat de H. R. de vraag of een stuk toonderpapier is, als feitelijk heeft aangemerkt: zie het woord „terecht" in het arrest),

P. 753 reg. 16 v. b. — Toevoeging: Bij dit no. 250 vgl. no. 174.

Uitlegging van verklaringen en bewijsmiddelen in en buiten proces.

P. 753 reg. 5 v. o. — Toevoeging: Voor de uitlegging eener getuigenverklaring zie H. R. 6 Dec. 1929 W. 12092, N. J. 1930 p. 84, voor die van een bewijsaanbod zie bij R. O. p. 764 reg. 16 v. o.

P. 754 reg. 4 v. o. — Na „499" in te voegen: Ygl. onder Sv.

Sluiten