Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 756.

P. 756 reg. 8 v. o. — Na ,,Sv." in te voegen ; 1886.

P. 757 reg. 8 v. b. — Na „p. 993" in te voegen: Vgl. nog H. R. 10 Mei 1926 W. 11586, N. J. 1926 p. 625, met noot L. B., die m. i. over het hoofd ziet dat de lagere rechter, in de dagvaarding iets lezend dat er zeer kennelijk niet in stond, daaraan een uitlegging had gegeven met den tekst onvereenigbaar, wat anders was in de door L. B. geciteerde gevallen van uitlegging eener dagvaarding, die de woorden der wet herhaalt. — H. R. 25 Maart 1929 W. 11992 p. 2, N. J. 1930 p. 81 nam contra O. M. aan dat de inleidende dagvaarding in die zaak niet de beteekenis kon hebben, die volgens het O. M. de lagere rechter er kennelijk aan had gehecht.

P. 757 al. 1 i. f. — Toevoeging: Vgl. Blok-Besier II p. 407.

P. 758 reg. 4 v. b. — Na „p. 718;" in te voegen: 28 Mei 1912 W. 9351 p. 2—3 (de H. R. eerbiedigde de uitlegging der dagvaarding, voorzoover zij z. i. niet steunde op wetsuitlegging, terwijl uit het arrest kan worden afgeleid dat de H. R. voor de rest enkel uitlegging van het wettelijk voorschrift en niet mede van de dagvaarding aanwezig achtte);

P. 759 al. 1 i. f. — De verwijzing te lezen: Themis 1925 p. 351—354.

P. 759 al. 2. — De verwijzing te lezen: Themis 1925 p. 358—364 v. b., waarbij vgl. echter W. 11407 p. 3.

P. 759 reg. 9 v. o. — Na „H. R." in te voegen: 16 Dec. 1929 W. 12076, N. J. 1930 p. 265;

P. 759 reg. 4 v. o. — Na „H. R." in te voegen: 17 Jan. 1927 W. 11628, N. J. 1927 p. 185;

P. 760 ai. 1 i. f. — De verwijzing te lezen: Themis 1925 p. 344—349. _ Toevoeging: Onder art. 261 Sv. 1925 implicite in den zin van het bij R. O. p. 759 geciteerde en op art. 143 Sv. 1886 gewezen arrest van 17 Jan. 1927, H. R. 14 Nov. 1927 W. 11769, N. J. 1928 p. 54. — Blok-Besier II p. 408 vereenigen zich met de opvatting van H. R. 23 Okt. 1922. — Is de dagvaarding noch in eersten aanleg, noch in appèl uitgelegd, dan moet de Hooge Raad dat in cassatie doen, als hij heeft na te

Sluiten