Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

P. 764.

tekst. Dit is een afwijking van de R. O. p. 764 v. b. vermelde jurisprudentie. Vgl. hierbij H. R. 7 Nov. 1929 W. 12075 (met noot 2 S. B.), N. J. 1929 p. 1755. De H. R. achtte de gegeven uitlegging der dagvaarding i. c. o., er bij voegend deze voor rekening der Rechtbank te laten. Terecht m. i. merkt S. B. op dat de onjuistheid der uitlegging niet voor redelijken twijfel vatbaar was, maar dat zij onvereenigbaar was met den tekst is toch twijfelachtig omdat het, hoewel zeer onwaarschijnlijk, niet onmogelijk was dat het beroep op de Armenwet niet bedoelde het door haar verlangde vereischte te stellen. P. 764 reg. 16 v. b. — Na „H. R." in te voegen: 20 Nov. 1925

W. 11453, N. J. 1926 p. 38;

P. 764 reg. 16 v. o. — Na „overeenkomst)" in te voegen: H. R. 11 Dec. 1925 W. 11445, N. J. 1926 p. 90, 4 Dec. 1924 N. J. 1925 p. 238 (over de uitlegging van een bewijsaanbod), vgl. H. R. 6 Dec. 1929 W. 12092, N. J. 1930 p. 84, P. 764 reg. 15 v. o. — Na „bewijsaanbod" in te voegen: zoo ook H. R. 8 Maart 1928 W. 11842, N. J. 1928 p. 641, 3 Febr. 1927 W. 11641 p. 1 kol. 1—3, N. J. 1927 p. 509, vgl. H. R. 1 Juni 1928 W. 11896, N. J. 1928 p. 1500: de op feitelijke gronden steunende beslissing hieromtrent is i. c. o.); P. 764 reg. 5 v. o. — Na „H. R." in te voegen: 5 Maart 1925 W. 11376 (met noot S. B.), N. J. 1925 p. 573 (contra O. M.), 8 Jan. 1925 W. 11425, N. J. 1925 p. 350,

P. 765 reg. 11 v. b. — Na „p. 277" in te voegen: Vgl. nog bij

R. O. p. 645 reg. 2 v. b., no. 43e.

P. 767 b i. f. — Toevoeging: H. R. 14 Maart 1929 W. 11982, N. J. 1929 p. 859 (op dit punt contra O. M.) overwoog dat de beslissing of een verweer voldoende is gemotiveerd, als berustend op waardeering der dingtalen en der daarin vervatte beweringen, feitelijk is en i. c. o. Het toen gevoerde verweer was dat- een te hooge schadevergoeding was gevorderd. Het Hof had op rechtsgronden en niet bloot op een in cassatie onaantastbare appreciatie der dingtalen aangenomen dat dit

Sluiten