Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tflj

P. 783.

Het bewijs in strafzaken.

P. 785 reg. 6 v. b. — Na „van" in te voegen: 29 Okt. 1928 W. 11903 p. 2-3, N. J. 1929 p. 337,

P. 785 reg. 13 v. o. — Na „H. R." in te voegen: 19 April 1926 W. 11513;

P. 786 reg. 18. — Na „H. R." in te voegen: 28 Juni 1926 "W. 11520, N. J. 1926 p. 785 (op middel IV);

P. 787 reg. 4 v. b. — Na „andere" in te voegen: ook latere

P. 787 reg. 6 v. o. — Na „p. 1—2" in te voegen : Vgl. aangaande de kracht der verklaring van een veldwachter dat sedert de gevangenneming van verdachte in diens vroegere omgeving geen diefstallen meer zijn voorgekomen (d. w. z. dat er geen bericht over diefstallen meer is ingekomen) als i. c. o. de concl. O. M. vóór H. R. 25 April 1927 W. 11679, N. J. 1927 p. 713. — In N. J. 1929 p. 1551 kol. 1, noot op H. R. 30 Sept. 1929 merkt T(averne) op dat de beslissing over de kracht, toe te kennen aan een vroegere mededeeling van iemand, die van zijn verschooningsrecht geen gebruik heeft gemaakt, in cassatie onaantastbaar is (Adv.-Gen. Besier ontkende die kracht).

P. 788 reg. 2 v. b. — Na „H. R." in te voegen: 10 Mei 1926 W. 11535 p. 1 kol. 1—2, N. J. 1926 p. 632 (met noot L. B.);

P. 789 reg. 7 v. b. — Toevoeging: Nadat H. R. 20 Dec. 1926 W. 11601, N. J. 1927 p. 85, contra O. M., het testimonium de auditu in strafzaken onder Sv. 1925 geoorloofd heeft verklaard, is de vraag opgeworpen of de beslissing omtrent de aan zulk getuigenis in de strafzaak toe te kennen kracht in cassatie onaantastbaar is. Zie bevestigend T(averne) in N. J. 1929 p. 1138 kol. 1, noot op H. R. 17 Juni 1929. Vgl. v. Dyck in N. J.bl. 2 p. 54.

P. 789 reg. 16 v. b. — Toevoeging: Vgl. nog H. R. 28 Juni 1926, bij R. O. p. 786 geciteerd, en 8 Maart 1926 W. 11502 p. 3 kol. 2, N. J. 1926 p. 369 (de beslissing over iemands bekwaam-

Sluiten