Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

m

P. 801.

P. 801 reg. 10 v. b. — Na „Rv." in te voegen: Ook verzetten zich die .artikelen en art. 99 lid 2 R. 0. (vgl. R. 0. p. 810 no. 5) tegen de door Blok-Besier II p. 420 niet geheel onaannemelijk geachte opvatting, als zou overschrijding van rechtsmacht samenvallen met onbevoegdheid (absolute èn relatieve).

P. 801 reg. 14—16 v. b. — Haüriou lle dr. (1927) p. 382 vv., speciaal p. 387—390, p. 414 vv., 973—974.

P. 801 reg. 5 v. o. — Na „(1911)." in te voegen: Vgl. nog Marty (bij R. O. p. 180 geciteerd) p. 84— 88 en de daar genoemde Fransche proefschriften.

P. 803 reg. 1—2 v. b. — Art. 346 lid 3 Sv. 1886 is niet overgenomen iD Sv. 1925.

P. 803 reg. 11 y. b. — Toevoeging: Met het oog op dat art/99 laatste lid is onjuist de bewering van Blok-Besier (die hierbij enkel aan strafzaken schijnen te hebben gedacht) II p. 421, dat er aan overschrijding van rechtsmacht geen andere gevolgen zijn verbonden dan aan schending der wet. Daarmee valt hun gevolgtrekking dat de vraag naar de beteekenis van den term zuiver akademisch is.

Bij dit no. 2 vgl. nog H. R. 7 Dec. 1928 W. 11934, N. J. 1929 p. 788. Door zich te vereenigen met het tweede middel van cassatie nam de Hooge Raad implicite overschrijding van rechtsmacht aan door een beslissing, die in het geval dat de wet een administratieve behandeling voorschrijft met uitsluiting der rechterlijke macht, toch de vordering tot schadevergoeding toewijst, die steunt op de bewering eener belemmering, waarover bij de administratieve behandeling zou zijn te oordeelen.

P. 803 reg. 3 v. o. — Na „H. R." in te voegen: 16 Jan. 1928 W. 11872, N. J. 1928 p. 231 en vóór H. R.

P. 804 reg. 9 v. b. — In plaats van „is" lees nu: was

P. 804 reg. 11 v. b. — Toevoeging: Voor burgerlijke zaken zie H. R. 30 Dec. 1927 W. 11796, N. J. 1928 p. 570 (met noot P. S.). De Hooge Raad achtte overschrijding van rechtsmacht aanwezig,

Sluiten