Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 804.

nu het Hof ambtshalve een onderzoek had ingesteld en had beslist in strijd met de door de Rechtbank bij een interlocutoir, waarin was berust, gegeven uitlegging der dagvaarding. Ygl. de concl. O. M.

P. 804 b i. f. èn c i. f. — Art. 247 Sv. 1886, nu art. 423.

P. 805 reg. 15 v. b. — In plaats van „in § 3" lees: p. 216.

P. 806 reg. 10 v. o. — In plaats van „bedreigt" lees nu: bedreigde

P. 806 reg. 7 v. o. — Na „Sv." in te voegen: 1886

P. 808 reg. 3 v. b. — Toevoeging: Zie nog H. R. 14 Mei 1928 W. 11840 (met noot Mff.) N. J. L928 p. 1680: er is geen overschrijding van rechtsmacht als een Rechtbank het verzuim van den rechter-commissaris in een faillissement een verifikatiegeschil ingevolge artt. 122 en 189 lid 2 F.w. naar haar zitting te verwijzen, herstelt door dat zelf te doen. Dan doet zij hetgeen vereischt is voor de naleving der genoemde bepalingen en gaat haar bevoegdheid niet te buiten, al is die niet in een wetsbepaling stellig gegeven. — Voorts zie concl. O. M. vóór H. R. 16 Dec. 1926 W. 11608, N. J. 1927 p. 285: het verzuim van het uitspreken eener niet-ontvankelijkheid is geen overschrijding van rechtsmacht.

G. Art. 99 laatste lid.

P. 808 no. 1 i. f. — Toevoeging: Vgl. Blok-Besieb II p. 440.

P. 809 reg. 1 v. o. — Toevoeging: Maar er moet bij den lageren rechter een geschil over diens bevoegdheid zijn gerezen: H. R. 8 Okt. 1925 W. 11442, N. J. 1925 p. 1221.

P. 810. Art. 103.

P. 810 reg. 17 v. o. — Art. 353 Sv. 1886 is niet overgenomen in Sv. 1925. — Zie nu voor strafzaken over art. 103 in verband met art. 95 Blok-Besier II p. 401.

P. 810 reg. 8 v. o. — Na „48" in te voegen: Het geldt ook als het vonnis ten onrechte bij verstek is gewezen: H. R. 19 April 1927 W. 11674, N. J. 1927 p. 597.

Sluiten