Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 838.

P. 838 no. 2a i. f. — Toevoeging: Ygl. nog, behalve v. Oppen, Nederlandsche Rechtsliteratuur v° Advocaat no. 1: W. 11568 p. 8 kol. 3, 11569 p. 3—4; N. J.bl. 1 p. 232, 649—653, 3 p. 245-246; Adv.bl. 9 p. 81—91, 97—112, 133—143. — Over het nieuwe Regl. III zie W. 12018 p. 1 j° 12022 p/ 4 kol. 3; Adv.bl. 12 p. 117—119.

Dat Regl. III niet kan dienen ter bepaling van den werkkring van den advocaat overwoog onder het oude Reglement H. R. 1 Maart 1929 Adv.bl. 12 p. 85 (94).

P. 838 no. 2 c vervalt.

P. 838 no. 2d i. f. — Toevoeging: E. Lohsing, Oesterreichisches Anwaltsrecht 1925 (vgl. J. W. 1926 p. 1915—1916); Bachrach in D. Jur. Zeit. 1927 kol. 804—805. — Vgl. nog hierna bij p. 839 al. 2 i. f.

P. 838 reg. 4 v. o. — Na „kol. 2" in te voegen: 11468 p. 1, 11472 p. 8, <

P. 838 reg. 3 v. o. — Na „164" in te voegen: 11 p. 3—113^ 144—146 (strafzaken: weigering de taak verder te vervullen). Over het weigeren der verdediging wegens de waarschijnlijkheid dat het honorarium zou worden voldaan uit door misdrijf verkregen gelden Schorlesheimer in Maandbl. voor Berechting en Reclasseering 4 p. 395—397. — Over de vraag: beroep of (en) bedrijf zie de hierna bij p. 840 $ geciteerden.

P. 839 reg. 7 v. b. — Na „765" in te voegen: Over vrouwen als advocaten N. J.bl. 3 p. 351—352, 402—404, 434—437, 451. — Over de verhouding tusschen advocaat en cliënt, tusschen procureur en cliënt en tusschen advocaat en procureur Drost, praeadvies 1928 aan Ned. Adv. Vereenig., in Adv.bl; 11 p. 223—236. Vgl. 1. 1. p. 195—221 (v. d. Does) en p. 267—271 (verslag der ledenvergadering 1928). Rb. Utrecht 26 Juni 1929 N. J. 1930 p. 340 overwoog dat de verhouding tusschen cliënt en advocaat of procureur niet ontspruit uit lastgeving, maar uit een overeenkomst ter verrichting van diensten.

P. 839 reg. 9 v. b. — Appleton 2e. dt\ 1928.

Sluiten