Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 848.

P. 848 reg. 12 v. o. — Na „lid 2" in te voegen: oud, nu art. 28 lid 2,

P. 848 reg. 8 v. o. — Toevoeging: 3. Vgl. a Adv.bl. 9 p. 85—87, 100—101, b art. 19 lid 2 R. O. (Stbl. 1927 no. 78) en daarbij art. 31 nieuw Regl. III.

P. 848 reg. 7 v. o.—p. 849 reg. 2 v. b. — Art. 10 oud is niet overgenomen, zie nu art. 28 (1°). De nos. 1 en 2 op het oude art. 10 vervallen.

Bij artt. 28, 30—34 vgl. W. 12018 p. 1. — Bij art. 28 (3°) zie Adv.bl. 12 p. 117 en Drielsma in W. 12026 p. 4, wiens vraag m. i. ontkennend is te beantwoorden.

Art. 29. "Vgl. art. 19 leden 1, 3—4 oud en daarop R. O. p. 852 v. o.—853 v. b. nos. 1—3.

Art. 30. Vgl. art. 1 1 leden 1, 2 en 3 eerste gedeelte oud. — Zie R. O. p. 849 nos. 1—4 en p. 849—850 nos. 1—3 en 6. Bij laatstbedoeld no. 2 a zie in gelijken geest H. R. 26 April 1928, geciteerd bij p. 842 (15°): Regl. III houdt niet in een gedeeltelijke regeling van burgerlijk en strafrecht, maar wel een regeling van het tuchtrecht, die een afgesloten geheel is, met de Grondwet niet in strijd en, behoudens eerbiediging van algemeene rechtsbeginselen, uitsluitend door dat Reglement beheerscbt. — Voorzoover nog van belang voor het nieuwe Regl. III overwoog dit arrest van 1928 ook dat geen bepaling in het Reglement het Hof voorschrijft in zijn uitspraak de in het beklagschrift door verzoeker vermelde feiten op te nemen noch over diens verdedigingsmiddelen een gemotiveerde beslissing te geven. Verder zie bij p. 854, op art. 46.

P. 849 reg. 7 v. o. — Na „lid 3" in te voegen: oud, nu art. 30,

P. 849 reg. 1 v. o. — Toevoeging: oud, nu art. 23.

P. 850 reg. 6 v. b. — Toevoeging: Vgl. Adv.bl. 12 p. 158—159 (5°) en H. R. 26 April 1928 (zie bij p. 854 op art. 46).

Het toezicht van art. 11 [oud, nu art. 30] is niet beperkt tot handelingen op het gebied van burgerlijk en strafrecht.

fl. R. 1 Maart 1929 Adv.bl. 12 p. 94 (1. 1. p. 95 is 14 een drukfout, lees: 11 oud).

Sluiten