Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 850.

Bij art. 30 lid 2 zie rede de Brauw, weergegeven in W. 12049 p. 4, in N. J.bl. 4 p. 649—652 en in Adv.bl. 12 p. 165—170. — Bij art. 30 (4° —5°), artt. 32 en 36 vgl. Ady.bl. 9 p. 110—112 (executie der uitspraken van den Raad van Toezicht).

Art. 31. Ygl. art. 11 lid 3", tweede gedeelte oud. — Zie R. O. p. 850 nos. 4, 5 en 7. Ygl. Adv.bl. 13 p. 78—79: wraking der leden van den Baad moest mogelijk zijn.

P. 850 reg. 7—8 v. b. — Art. 403 Sv. 1921, nu art. 424.

P. 850 reg. 12 v. b. — De woorden „en zie op lid 8" vervallen.

P. 850 reg. 10 v. o. — Toevoeging: Zie voorts Adv.bl. 9 p. 87—90.

Art. 32 no. 1. Ygl. art. 12 oud en daarop v. Nooten, Het Regiem, v. Orde p. 85, Adv.bl. 1 p. 82.

Art. 32 no. 2. Vgl. art. 11 lid 5 oud.

Art. 32 no. 3. Ygl. art. 11 lid 3 oud, tweede gedeelte, slotzin. — Art. 11 lid 4 oud is vervallen ingevolge de verandering, die art. 9 oud in art. 28 nieuw heeft ondergaan. — Bij art. 32 no. 2 j° no. 3 zie Fruin in Adv.bl. 9 p. 69—73. Vgl. 1. 1. p. 106-108, 11 p. 40—50, 12 p. 48, W. 11519 p. 4, N. J.bl. 3 p. 150—151.

Art. 33 (2°). Vgl. art. 11 lid 6 oud. Daarop H. R. 12 April 1927 W. 11706, N. J. 1927 p. 1049, Adv.bl. 10 p. 90: dat art. 11 lid 6 bracht niet mee dat het Hof zich niet zou mogen doen voorlichten door wien het nuttig oordeelt, dus ook door den Deken der Orde van advocaten, waaruit de Raad van Toezicht, die de straf heeft opgelegd, wordt gevormd. — De beslissing van dit arrest over de openbaarmaking der uitspraak heeft, evenals het arrest daarover van 30 Dec. 1926, belang verloren door art. 30 (5°) nieuw, behalve voor feiten begaan onder het oude Regl., waaromtrent zie het op art. 4 Alg. Bep. (Suppl.) als no. 46 A te vermelden arr. H. R. 23 Jan. 1930 W. 12077, N. J. 1930 p. 165, Adv.bl. 13 p. 30.

Art. 33 (5°). Vgl. art. 11 lid 8 oud.

Art. 34. Vgl. art. 12 oud. — Zie boven op art. 32 (1°) nieuw.

Sluiten