Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 870.

P. 870. WETTEN VAN 28 AUGUSTUS EN 29 DECEMBER 1843, Staatsbladen 37—41, 66, 67, houdende het Tarief van .Tustitiekosten en salarissen in burgerlijke zaken.

P. 870 reg. 11 v. o. — Toevoeging eener nieuwe alinea: Op de overgangsbepalingen der wet van 1924 zie Hof 's-Gravenbage 28 Nov. 1927 (bij R. O. p. 293 reg. 9 v. o. geciteerd), vernietigend Rb. 's-Gravenhage 8 Febr. 1927 (bij p. 866 geciteerd). — In W. 11753 p. 4 kol. 1 een paar vragen omtrent griffierecht.

Art. 8 (1°).

Over de wenschelijkheid van verlaging der griffierechten voor Kantongerechtszaken Parser in N. J.bl. 1 p. 71, 75; F. Kranenburg in W. 11511 p. 8. Zie voorts W. 11753 p. 4 kol. 1, N. J.bl. 2 p. 369.

Art. 8 (2°).

P. 870 reg. 8 v. o. — Toevoeging: Op art. 8 (2°) j° (5°) zie Rb. Rotterdam 6 Juni 1929 Adv.bl. 12 p. 121—123: een vonnis, waarbij aan een buitenlandsche autoriteit wordt verzocht getuigen te hooren, is een vonnis, waarbij een der partijen tot een bewijslevering wordt toegelaten, ook als die partij de getuigen wil laten hooren voor het tegenbewijs, nadat reeds aan haar tegenpartij bij vonnis bewijslevering was opgelegd.

Over de vraag of het afleggen van een eed is bewijslevering in den zin van art. 8 (2°) zie het verhandelde in de vereeniging van griffiers enz. bij de Kantongerechten in W. 11831 p. 7—8.

Art. 8 (7°).

Zie op art. 18 (9°).

Art. 8, voorlaatste lid.

Het vonnis, waarin de bij art. 612 Rv. voorgeschreven

Sluiten