Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 870.

Art. 14.

Zie op art. 13.

Art. 16 lid 5.

Zie N. J.bl. 2 p. 369.

Art. 17 j° art. 18 (9°).'

1. Voor het berekenen der griffierechten is de wet strikt uit te leggen. Zij zwijgt over het heffen van griffierechten voor het houden van contra-enquetes of verlengingen daarvan. Dus kan dat recht noch worden geheven van hem, die daarbij bewijs moet levereD, noch van de tegenpartij, wat bovendien art. 19 verbiedt.

Rb. Rotterdam 2 Mei 1929 Adv.bl. 12 p. 98; 11 April 1927 W. 12016, N. J. 1929 p. 1030, Adv.bl. 10 p. 66—67. Ygl. W. 11678 p. 4, 11920 p. 4 kol. 2—3, 11933 p. 8.

2. Zie op art. 18 (9°).

3. Er is slechts éénmaal f 5 griffierecht verschuldigd voor verschillende processenverbaal van comparities, als deze alle betreffen één en dezelfde bij vonnis bevolen comparitie, die telkens is uitgesteld.

Rb. Rotterdam 27 Juni 1929 Adv.bl. 12 p. 119—121.

Art. 17 (3°).

Ygl. N. J.bl. 2 p. 369.

Art. 17 (5° lid 2).

Zie W. 11325 p. 4; N. J.bl. 1 p. 245—248, 395—396, 3 p. 25—26.

Art. 18 (9°).

Volgens art. 8 (7°) in verband met artt. 17 (1°) en 18 (9°) wordt van de partij, aan welke de bewijslevering is opgedragen,

Sluiten