Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 870.

f 5 geheven voor het procesverbaal, waarbij wordt geconstateerd dat partij afziet van contra-enquete.

Hof Amsterdam 21 De.c. 1927 W. 11807. — Vgl. boven op art. 17.

Art. 25 lid 1.

Geen griffierecht is verschuldigd voor waardeering in registratie- en successiezaken.

Schrijven van den Min. v. Just. 30 Maart 1925 en aanschrijving van den Min. v. Fin. 6 April 1925 P. W. 12086.

Artt. 29 vlgg.

P. 871 reg. 16 v. o. — Na „p. 1009" in te voegen: Zie ook Rb. Utrecht 2 Nov. 1927, bij p. 872 als no. 11 en bij p. 873 als no. 8 te vermelden.

P. 872 reg. 11 v. b. — Toevoeging: 11. Een verkeerd advies van een advocaat of van zijn bediende, voor wien de advocaat verantwoordelijk is, stelt dezen wel bloot aan schadevergoeding, maar belet hem niet een bedongen honorarium te vorderen.

Rb. Utrecht 2 Nov. 1927 W. 11892, N. J. 1928 p. 1063.

Art. 30.

P. 872 reg. 13 v. b. — Vóór „Bemoeiingen" in te voegen: 1. —

P. 872 reg. 14 v. o. — Toevoeging: 2. Vgl. Adv.bl. 10 p. 135—137.

Artt. 31 vlgg.

P. 872 reg. 1 v. o. — Toevoeging: Zoo ook Rb. Dordt 6 Mei 1925 W. 11399, N. J. 1926 p. 95. Zie voorts Rb. 's-Gravenhage 9 Okt. 1928 W; 11985, N. J. 1928 p. 1469.

P. 873 reg. 1 v. o. — Toevoeging: 7. Uit de geschiedenis van artt. 32 vv. (waarover zie v. d. Honert, Tarief B. Z. I p. 65, II p. 153, 157—158) is af te leiden dat de bijzondere aard der vordering de reden was voor die bepalingen. Dus moet

Sluiten