Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-DIJ

P. 875.

gebracht. Die opvatting is in overeenstemming met het stelsel van het Tarief in B. Z.

Ktg. Zwolle 19 Okt. 1926 W. 11658, N. J. 1927 p. 161. Vgl. over dit vonnis W. 11570 p. 7—8, N. J.bl. 2 p. 106—108. Als Ktg. Zwolle implicite ook Rb. Arnhem 5 Okt. 1922 W. 11034. Red. W. 11658 noemt nog Rb. Dordt 6 Mei 1925 (bij p. 872 reg. 1 v. o. geciteerd), maar uit dat vonnis blijkt niet dat gedaagde toen de schuld bad erkend.

11. Vordert eischer geen begrooting van het salaris en partijen hebben geschil over de aansprakelijkheid van gedaagde voor de rekening zijner ecntgenoote, door haar advocaat bij gedaagde ingediend, dan is de vordering terecht bij de Rechtbank aangebracht. Er is dan geen geschil over de rekening zelf.

Hof 's-Gravenhage 12 April 1929 W. 12081, N. J. 1929 p. 1703 en het daarbij bevestigde vonnis Rb. Rotterdam 7 Mei 1928 N. J. 1928 p. 978.

P. 877. Art. 37.

P. 878 reg. 11 v. b. — Toevoeging: 3. De wet eischt voor het in art. 37 lid 2 bedoelde bevelschrift van tenuitvoerlegging niet de woorden „in naam der Koningin".

Rb. Amsterdam 14 Dec. 1925 W. 11552, N. J. 1926 p. 902. — Vgl. no. 1 op artt. 39 en 40 lid 1.

Artt. 39 en 40 lid 1.

P. 878 no. 1. — Toevoeging: Zie no. 3 op art. 37.

P. 879 reg. 12 v. b. — Toevoeging: 5. Niet enkel bij de herziening, in art. 37, maar ook bij het verzet, in art. 40 bedoeld, moet de cliënt worden opgeroepen om in zijn belangen gehoord te worden. Dus is er ook bij verzet plaats niet slechts voor formeele, maar eveneens voor materieele bezwaren.

Rb. Amsterdam 14 Dec. 1925, bij p. 878 geciteerd.

Sluiten