Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJ

P. 880.

Art. 40 lid 3.

P. 880 reg. 7 v. b. — Toevoeging: casseerend het in tegengestelden zin gewezen arrest Hof Liraburg van 29 Juni 1868 W. 3078.

P. 881. Art. 43, b.

P. 881 reg. 1 v. o — Toevoeging: 3. Ook de kosten, voortvloeiende uit de weigering van den cliënt aan de declaratie te voldoen, kunnen hem als nakosten in rekening Worden gebracht.

Rb. Haarlem 22 Sept. 1925 W. 11446.

P. 882. Art. 49.

P. 883 reg. 11 v. b. — Het door v. Rossem in den 2n druk gezegde is in den 3n druk p. 390—391 overgenomen, maar met een bijvoeging, die van geheel gewijzigde meerling doet blijken.

Art. 52.

P. 883 reg. 17 v. b. — Na „1." in te voegen: a. — Na reg. 9 v. o. toevoeging eener nieuwe alinea: b. Er is weigering als de Min. v. Finantiën, wetende dat de Rekenkamer bezwaar heeft tegen een post op een ingediende declaratie, betaling toezegt onder de voorwaarde dat de Rekenkamer geen bezwaar zal maken.

Rb. Haarlem 22 Sept. 1925 W. 11446.

P. 886 reg. 9 v. b. — Toevoeging: Art. 60.

De in art. 60 bedoelde gerechtelijke bewaarder is iemand, die de goederen onder zich heeft en die zijn tijd volledig aan het bewaren moet besteden. Hij die aan deze vereischten niet voldoet, heeft geen aanspraak op het in art. 60 toegekende loon.

Rb. Rotterdam 21 Dec. 1925 W. 11462, N. J. 1926 p. 905.

Sluiten