Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SUPPLEMENT

op het

tweede gedeelte der Rechtspraak betreffende de wet op de Rechterlijke Organisatie

AANVULLINGEN

loopende tot 1 Juli 1930

Bij

P. 26, Suppl. p. 6 tekst reg. 7 v. o. — Na „250)." in te voegen: Vgl. F. M. E. Haan, De jurisdictie van den Nederlandschen rechter in privaatrechtelijke aangelegenheden, diss. Nijmegen 1930 (afz. uitg. 's-Gravenhage) p. 118—121

P. 28, Suppl. p. 8 reg. 8 v. o. Ktg. Amsterdam 8 Okt. 1925 ook in W. 11526. Vgl. Haan 1. 1. p. 33 noot 1, welke noot enkel terugslaat op hetgeen in den tekst na de; volgt.

P. 248 reg. 14 v. o. — Toevoeging: Anders dan de in den aanhef van dit no. 21 a vermelde Fransche jurisprudentie, Hoogger. Hof N.-Indië 16 Aug. 1928 Ind. T. v. h. Recht 131 p. 296, bij voeging door den rechter in eersten aanleg de gezamenlijke waarde der vorderingen als zijnde de waarde van het onderwerp van het geschil, tot maatstaf nemend.

P. 280, Suppl. p. 53—54 v: b. — P. 53 reg. 5 v. o. lees: Czechoslovaaksche. — In den zin van het Amsterdamsche arrest van 1930 Japiot in Revue trim. de droit civil 1930 p. 440—442 tegen de Redactie van de Gazette du Palais (zie 1. 1. Het daar bedoelde arrest van 30 Dec. 1929 is in Suppl. p. 55 v. b. vermeld).

P. 406, Suppl. p. 91 reg. 5 en 2 v. o. — Het wetsontwerp schepe-

Sluiten