Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SUPPLEMENT bij

„Op de grenzen van publiek en privaat reclit (J 923),,(1>

I. Publiek recht tegenover privaat recht

Bij

P. 1 reg. 4 v. b. — Bij „is" een noot: In navolging van Thorbeoke, zie Zevenbergen, Formeele Encyclopaedie der rechtswetenschap (1924) p. 169.

P. 1 noot 1. Toevoeging: Vgl. zijn Moderne Staatsidee (1915) p. 104—105; Carp, Kranenburg en Huart in Staatsrechtelijke Opstellen voor Krabbe II (1927) p. 19—20, 60—84, 179—180.

P. 2 reg. 1 v. o. — Bij „Duguit" een noot: In den tweeden druk van zijn Traité de droit constitutionnel I (1921) bestrijdt D. p. 522—589 èn de Fransche èn de Duitsche gangbare theorieën, maar handhaaft p. 539—550 de onderscheiding zelf. Zijn kriterium

(1) Over dit werk, dat hier verder met Gr" wordt aangeduid, zie Sciieltema in R. Mag. 1924 p. 242—252, waarbij vgl. Themis 1925 p. 130—136 en daarbij weer Scheltema in R. Mag. 1927 p. 233—265. — De in dit Supplement gebezigde afkortingen zijn dezelfde als die in het Supplement op Inl. R. O. en R. O. — In Scheltema's zin, zie Gysin, in Zeitschr. öff. Recht 9, p. 488. — R. Kranenburg, Het Ned. Staatsrecht 3e dr. II (1930) p. 77 noot 3 maakt de opmerking dat ik in Grn de onrechtmatige overheidsdaad ter zijde heb gelaten. Mij aansluitend aan de in 1923 sedert jaren gevestigde en door mij beaamde jurisprudentie van den H. R. (die in zijn arrest van 20 Nov. 1924 m. i. het terrein van den wetgever heeft betreden) heb ik toen gemeend te kunnen volstaan met de korte uiteenzetting Grn p. 13—15 jis p. 28 v. o.—31, in noot 23 verwijzend naar een paar vroegere bijdragen van mijn hand. Vgl. ook Themis 1922 p. 1 vv., speciaal p. 10—11. Eveneens heb ik het in 1923 onnoodig geacht den rechtstoestand der openbare wegen, dien ik in Themis 1922 p. 291 vv. onder de oogen had gezien, nog eens in Grn te bespreken.

Sluiten