Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OJJ

P. 16.

teerd) p. 191 — 197. Ygl. nog F. G. Scheltema, De betrekkelijke waarde van rechtsconstructies, rede 1927 p. 10—11; v. d. Grinten in Themis 1928 p. 92—93; J. H. Telders in Adv.bl. 11 p. 20—27. Tegen Harthoorn in R. Mag. 1929 Supplem. p. 1 vgl. G. K. in W. 12039 p. 8 en het hier bij Gr" p. 2 tegen Duguit gezegde. — Ygl. nog Carp in W. 11313 p. 7, die de strekking van het arr. H. R. van 20 Nov. 1924 miskent.

P. 16 noot reg. 11—8 v. o. — Merkel 5e dr. p. 58 vv., 102 vv.; Fleiner 8e dr. (1928) p. 46—60, 148—150, 168—170.

P. 17 noot al. 1. — O. Mayer 3e dr. I p. 15—18, 113—121; Bau^garten I (1920), II (1922) p. 1—13; Duguit zie bij Grn p. 2. — Toevoeging na die al. 1: Verdere litteratuur: Kelsen (bij p. 2 geciteerd) p. 80—91, 241; A. ö. R. 47 (N. F. 8) p. 1 vv. (speciaal p. 1—20), p. 141—147, 49 (N. F. 10) p. 196—197; Zeitschr. f. öff. Recht 3 p. 563—570, 8 p. 325—358, 9 p. 481— 510 (Gysin); G. A. Walz, Vom Wesen des öffentl. Rechts, inaug. rede 1928; P. Krückmann, Einführung in das Recht (1912) p. 24—36; Fr. Somló, Juristische Grundlehre (1917) p. 485—497 (opgaaf van litteratuur p. 493—494 noot 3); Stier-Somlo, Deutsches Reichs- und Landesstaatsrecht I (1924) p. 2—19 (met opgaaf van litteratuur); A. R. W. 21 p. 219— 222; W. Jellinek, Verwalt.recht (1928) p. 46 — 51 (diens kriteriura is niet altijd bruikbaar, men denke b.y. aan de competentie der staatsorganen). — In Zwitserland nog E. Roguin, La science juridique pure (1923) I p. 176—177, 245, II p. 16—17, III p. 505— 633; Burckhardt in Festgabe zur Feier des 50 jahr" Bestehens dem schweizer Bundesgericht dargebracht (1924) p. 10—32 en zijn Die Organisation der Rechtsgemeinschaft (1927) p. 10—24, 27 noot 1, 75-82, tegen wien zie Walz in A. R. W. 21 p. 599—601. — Voorts Streit in Festgabe f. F. Fleiner (1927) p. 336—339 en den vroegeren Russischen professor Gorovtseff in Revue générale du droit... 51 (1927) p. 106—125, 194—226. Vgl. ook de Themis 1925 p. 130 noot geciteerde litteratuur.

Sluiten