Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

P. 17.

P. 17 noot reg. 11 v. o. — Toevoeging: Over de vraag of wetsbepalingen van internationaal privaatrecht privaatrechtelijk dan wel publiekrechtelijk zijn zie Z. I. R. 1910 p. 369 v. o.—371 ; Zitelmann in Festgabe f. Bergbohm (1919) p. 218 v. o.— 219 v. b.; vgl. Kahn in'Jahrb. f. Dogm. 40 p. 52—54; Walker, Int. Priv.recht 4e dr. (1926) p. 6—7; Streit 1. 1. p. 326—342; P. Klein, Studiën zum Interlokalen Priv.recht (1915) p. 17 —18. — Zevenbergen 1. 1. p. 255 (30°) ja p. 251 (6°) staat op het standpunt, door Zitelmann in diens Int. privatrecht I p. 199 ingenomen, maar sedert verlaten.

P. 18 noot 26. — Fleiner, Institutionen, 8e dr. p. 33—35, 38—41.

P. 19. II. Publiekrechtelijke en privaatrechtelijke lichamen.

P. 19 noot 27 i. f. — Toeyoeging: Vgl. nog de geciteerden bij Léon-v. Praag, Int. priv.recht p. 4—5 onder a; R. D. Kollewijn, Ontaarding van het nationaliteitsbeginsel, rede 1929 p. 43— 49, G.st. 4076 (1°).

P. 20 noot 29. — Toevoeging: Vgl. Roguin 1. 1. III p. 550—551; Kelsen, Allg. Staatslehre p. 135—136.

P. 21 noot reg. 2. — Suyling 2e dr. I, 1 p. 211—213.

P. 21 noot al. 1 i. f. — Toevoeging: Vgl. nog Zevenbergen 1.1. p. 264.

P. 21 noot al. 3. — Toevoeging: Duguit 1. 1. I p. 530, 546.

P. 21 noot reg. 1 v. o.—p. 22 noot reg. 3. — Fleiner 8e dr. p. 104—107; O. Mayer 3e dr. I p. 85, II p. 326—332, 342—343, 352—355.

P. 22 noot reg. 7. — Toevoeging: W. Jellinek, Verwalt.recht p. 165—167 jis p. 169 vv.; Burckhardt, Organisation (bij Grn p. 17 geciteerd) p. 336—352.

P. 22 noot reg. 17 v. o. — Na „188" in te voegen: Zie voorts Ktg. Bergen-op-Zoom 4 Okt. 1922 W. 11090, N. J. 1922 p. 1115 ; Ktg. Hilversum 20 Nov. 1923 W. 11319 p. 7 kol. 3.

P. 22 noot reg. 6 v. o. — Na „1636" in te voegen: Vgl. nog v. d. Vlugt (bij Grn p. 7 geciteerd) p. 239—244.

Sluiten