Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ö1J

P. 23.

P. 23 noot 31 reg. 2. — Toevoeging: Zie nog Rb. Winschoten 18 Nov. 1925 W. 11527, N. J. 1925 p. 1288: tusschen een kerkelijke gemeente en haar voorganger bestaat naast de religieuse een burgerrechtelijke verhouding.

P. 24 noot reg. 12. — Na „150" in te voegen: Thal in Archiv f. *Sozialwiss. 52 (1924) p. 338—340.

P. 24 noot reg. 13. — Na „7091" in te voegen: (en in anderen zin op dit punt Hof Arnhem 7 Febr. 1923 W. 11065, N. J. 1923 p. 845)

P. 24 noot reg. 16 v. o. — Na „recht" in te voegen: Vgl. Rb. Leeuwarden 11 Dec. 1924 W. 11316, N. J. 19?r b 280 en daarbij Ktg. Groningen 2 Febr. 1925 N. J. 1925 3. A

P. 24 noot reg. 9 v. o. — Na „8484" in te voegen 1 n Ktg. Bergen-op-Zoom 4 Okt. 1922 (zie bij p. 22). — Vgl. Hof 's-Gravenhage 17 Juni 1926 W. 11538 p. 2.

P. 25. III. Toepasselijkheid van wetsbepalingen betreffende burgerlijke rechten op publiekrechtelijke verhoudingen.

P. 25 noot 35 reg. 1. — Na „508" in te voegen: en Meijersui W. P. N. R. 2884; Scheltema en v. Praag in R. Mag. 1927 p. 240—247, 470, 474—476, 478—479. Voor Frankrijk zie Jèze in Revue du droit public 1923 p. 5—22. Voor Duitschland Meier-Branecke in A. ö. R. 50 p. 230—286; Herrmann in D. Jur. Zeit. 1927 kol. 879—880 en in Zeitschr. f. öff. Recht 8 p. 347.

P. 25 noot 35 i. f. — Toevoeging: Zie Cleveringa en Carp respektievelijk in W. P. N. R. 2874 -2875 (met de daar geciteerden) en W. 11339 p. 3—4, 11350 p. 3, 11354 p. 4; Vos in W. v. G. 4 no. 25 (1°), die Cleveringa op m. i. overtuigende wijze bestrijdt. Zoo ook Kranenburg in Staatsrechtelijke Opstellen voor Krabbe II p. 70—74. Vgl. nog Scheltema en v. Praag in R. Mag. 1927 p. 256—258 (doch ook p. 264), p. 477; Suyling, Inl. I 2e dr. (1927) p. 215 (noot 2—3 litteratuur); v. d. Grinten in Themis 1928 p. 93; J. Bool, De Gemeentewet

Sluiten