Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 25.

(1930) p. 583—586. — Dat art. 122 F.w. niet toepasselijk is bij een geschil tusschen den faillissementscurator en de gemeente, die als schuldeischeres opkomt voor den aanslag van den gefailleerde in de gemeentelijke inkomstenbelasting, waar dit geschil loopt over de vraag of de aanslag te hoog was, besliste Hof Arnhem 17 Juni 1925 W. 11387, N.J. 1926 p. 118.

P. 26 tekst reg. 15 v. b. — Bij „is" een noot: Zoo ook voor belastingschuld Rb. 's-Gravenhage 22 Jan. 1925 W. 11526 en in appèl Hof 's-Gravenhage 15 Febr. 1926 W. 11527 (beide gecasseeid op een hier buiten staand motief door H. R. 23 Dec.

- -i ^£5

1926, b,L ( 37 noot 65 te citeeren).

P. 26 n ' r't'g. 4. — Na „uitgebreid" in te voegen: Iets anders is het uij toepassing der Registratiewet rekening te houden met het B. W., dus ook met zijn art. 1910. Vgl. E. M. M. in N. J. 1926 p. 273 (3°), m. i. terecht tegen de concl. O. M. vóór H. R. 27 Jan. 19261. 1. p. 269, W. 11463, W. P. N. R. 2955.

P. 26 noot i. f. — Toevoeging: Vgl. tegen toepassing der civielrechtelijke bepalingen over moratoire interessen op publiekrechtelijke verhoudingen Meier-Branecke 1. 1. p. 278—285.

P. 27 tekst reg. 6 v. o. — Bij „houden" een noot: Vgl. voor Duitschland ten aanzien der verjaring Meier-Branecke 1. 1. p. 245—253 en meer in het algemeen Hkrrmann in Zeitschr. f. öff. Recht 8 p. 347. Ygl. voorts P. Andersen, Ungtiltige Verwaltungsakte (1924, Duitsche vertaling uit het Deenscb 1927) p. 181—185; Zeitschr. f. öff. Recht 10 p. 126 v. b.

P. 27 tekst reg. 3—2 v. o. en noot 37. — O. Mayer 3e dr., respektievelijk I p. 117 en II p. 166 (§ 43 i. f.).

P. 28 reg. 5 v. b. — Bij „geschillen" een noot: Anders H. R. 1 Febr. 1928 W. 11798 p. 4, N. J. 1928 p. 782 (met noot E. M. M,), G.st. 3997 (5°), W. v. G. 1928 no. 27 (5°) en Hof 's-Gravenhage 25 April 1927 W. 11681 (vernietigend Rb. 's-Gravenhage 25 Juni 1925 W. 11568), welke ai'resten, artt. 2012 en 2019 B.W. betreffend, overigens verschillend zijn gemotiveerd.

Léon's Rspr., II 1, R. O., 2e ged. s. 16

Sluiten