Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 82.

P. 32 tekst, reg. 5 v. o. — Bij „recht" een noot: H. R. 28 Mei 1924 W. 11304.

P. 33 noot 53. — Toevoeging: Niet vermogensrechtelijk is de verhouding van een ambtenaar tot de gemeenschap die hem heeft aangesteld, met betrekking tot de vervulling zijner plichten. Vgl. Hof Amsterdam 18 Jan. 1927 W. 11691, N. J. 1929 p. 416, vernietigend Rb. Amsterdam 6 April 1923 N. J. 1924 p. 1247.

P. 35 tekst reg. 9—8 v. o. — O. Mayer 3e dr. I p. 48—54 j° II p. 327—330 v. b.

P. 35 noot 57. — O. Mayer 3e dr. II p. 327 (p. 584 v. b. van den 2n dr. is niet overgenomen in den 3n dr.) — Toevoeging: Vgl. Kelsen, Allg. Staatslehre p. 240—242 ja p. 403 en de geciteerden door Suyling Inl. I, 1, 2e dr. p. 212.

P. 36 noten 60 en 61. — O. Mayer 3e dr. I p. 52—54, 114—115 noot 2, p. 118—121; Hatschek 5e—6e dr. (Lehrb.) p. 39—49. — Toevoeging aan noot 61 : Duguit 1. 1. 2e dr. III p. 300 vv., de geciteerden bij Suyling, Inl. 2e dr. I, 1 p. 212 noot 2.

P. 36 noot 62. — Oppenheim, 5e dr. I p. 658—662 met noot v. d. Pot.

P. 37 noot 65 reg. 2. — Na „462" in te voegen: P. W. A. Cort v. d. Linden, Leerboek der Financiën (1887) p. 292; J. F. v. Nieuwkuyk, Fiscaal recht (1905) p. 99—100.

P. 37 noot 65 reg. 6 v. o. — Na „612" in te voegen: Verder Rb. Utrecht 28 Juni 1922 W. 11018 (verbet, in W. 11021 p. 4), vernietigd door Hof Amsterdam 6 April 1923 W. 11031, N. J. 1923 p. 846, waartegen v. d. Waag in W. 11031 p. 4 kol. 1 en Vos in W. v. G. 2 no. 23 (1°). Gemeld arrest is gecasseerd door H. R. 11 April 1924 W. 11285 (met noot 3 H. d. J.), N. J. 1924 p. 646, W. P. N. R. 2855, W. v. G. 3 no. 17 (5°), contra O. M. overwegend dat het B. W. heeft gehandhaafd wat ten deze ook vroeger gold, n.1. geen compensatie van burgerrechtelijke met belastingschuld (toen polderlasten) en dat anders een bepaling in den trant van § 395 BGB.

16*

Sluiten