Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Bij

P. 46.

(met litteratuur); Burckhardt, Organisation (bij Grn p. 17 noot al. 1 geciteerd) p. 47—61.

P. 46 reg. 7 v. b. — Na „hebben" in te voegen: regeling van

P. 46 tekst, reg. 6 v. o. — Na „geheeten" in te voegen: of wel zij sluit met hem een overeenkomst tot het verrichten van enkele diensten.

P. 46 noot 79. — Toevoeging: Vgl. Coert in Adv.bl. 6 p. 55 ja p. 54 tegen de meening dat een advocaat met zijn cliënt een publiekrechtelijk contract sluit.

P. 46 noot 80 reg. 1. — Na „54-" in te voegen; Een voorbeeld van een civielrechtelijk contract eener gemeente, bevoegd tot dwingend optreden, bij Rb. Amsterdam 17 April 1928 W. 11833.

P. 46 noot 80 i. f. — Toevoeging: Een publiekrechtelijk lichaam kan zijn bevoegdheid tot het sluiten van privaatrechtelijke overeenkomsten misbruiken ter ontduiking der administratiefrechtelijke beperkingen, waaraan zijn optreden als overheid is verbonden. Daarover zie Mobstein-Marx in Hanseatische Rechtszeitschrift 12 A kol. 594—597.

P. 46 noot 81. — Toevoeging: Als een gemeente verhuurster is, bestaat er een civielrechtelijke verhouding. Maar daaruit volgt nog niet dat het Raadsbesluit tot verhuren een burgerrechtelijke handeling is, wat H. R. 19 Dec. 1924 W. 11346 p. 1—3, N. J. 1925 p. 321, W. v. G. 4 no. 2 (4°) heeft aangenomen. Zie daartegen Yos in W. v. G. 1. 1. (1°). Vgl. G.st. 3847 (1°), noot E. M. M. in N. J. 1926 p. 291—292 op H. R. 22 Jan. 1926 1.1. p. 289, W. 11463, W. v. G. 5 p. 172 (met noot V.), contra O. M. gewezen. Vgl. ook H. R. 11 Juni 1926 W. 11534, N. J. 1926 p. 1105. Tegen die arresten van 1924 en 1926 nog v. d. Grinten in W. v. G. 5 p. 169—172. Zie voorts Hamstra in W. P. N. R. 2978 en daarbij Meijers in W. v. G. 6 p. 41 noot; Kranenburg in Staatsrechtelijke Opstellen voor Krabbe II p. 74—83.

P. 47 reg. 15 v. b. — Bij „zijn" een noot: In anderen geest Hof Amsterdam 13 Mei 1924 (zie bij p. 61) en Rb. 's-Graven-

Sluiten