Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

öij

P. 47.

hage 16 Maart 1922 W. 10992: nu partijen de overeenkomst als gelijkgerechtigden aangingen, was zij niet publiek-, doch privaatrechtelijk.

P. 48 reg. 4 v. b. — Bij „voorkomen" een noot: Men denke ook aan zulke afspraken bij publiekrechtelijke overeenkomst tusschen politieke partijen, waaromtrent vgl. A. ö. R. 50 p. 401—412. — Zie intusschen tegen een te ruime opvatting van het begrip „overeenkomst" v. d. Grinten in Gem.bestuur 7 p. 494—496; Jèze in Revue du droit public 1930 p. 82—83.

P. 48 tekst, reg. 5 v. o. — Na „of" in te voegen: regeling van

P. 48 tekst, reg. 4 v. o. — Bij „overeenkomst" een noot: Hiertegen v. d. Grinten 1. 1. p. 497. Maar overeenkomsten, die de bestuurstaak tot objekt hebben, zijn slechts een onderdeel van de overeenkomsten, die op deze taak betrekking hebben (uitdrukking van v. d. G.)

P. 49 reg. 4 v. b. — Bij „overeenkomst" een noot: Vgl. het geval, berecht door Hof Arnhem 27 Mei 1924 W. 11244, gewezen naar aanleiding der nu ingetrokken Distributiewet 1916.

P. 49 tekst, reg. 1 v. o. — Toevoeging: Maar S. heeft het weer ingenomen in H. N. J. V. 1927, I, 1 (3°) p. 11 —13, waartegen zie v. d. Grinten 1. 1. p. 493 vv.

P. 50. § 2. Overeenkomsten tusschen publiekrechtelijke lichamen over onderhoud, van en bijdragen voor werken.

P. 52 noot 93. — Toevoeging: Ygl. nog P. Guba, Die öfïentlichrechtlichen Grundlagen des Wegerechts, diss. Leipzig 1917 p. 63—72.

P. 54. § 3. Overeenkomsten en regelingen van gemeenten onderling betreffende haar lager onderwijs.

P. 57 noot 103. — Toevoeging: Vgl. Léon-Yos no. 4 op art. 121 Gew.wet,

Sluiten