Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daanste, van de allerplatste en walgelijkste banaliteit. Gij zijt opgeblazen banaliteit, een banaliteit die niet twijfelt, in Olympische rust, gij zijt de driedubbel overgehaalde routine! Het is u niet beschoren, dat ooit de geringste eigen gedachte in uw geest of gemoed zal geboren worden. Ge zijt echter grenzenloos jaloersch; ge zijt vast overtuigd, dat gij het grootste genie zijt, maar in donkere oogenblikken bezoekt u toch een twijfel, dan wordt ge kwaad en jaloersch. O, aan uw horizont zijn nog duistere punten; ze zullen verdwijnen, zoodra ge volkomen verstompen zult, wat niet lang meer zal duren; maar toch wacht u nog een lange en afwisselende weg, al zal ik niet zeggen, dat hij plezierig zal zijn, en dat doet me genoegen. Ten eerste voorspel ik u, dat ge een zeker iemand niet zult krijgen.

— Dat is toch niet om uit te houden! riep Warja. — Is het afgeloopen, stuk venijn?

Ganja was bleek geworden, sidderde, maar zweeg. Hippolyt stond op, zag hem scherp en genotvol aan, richtte dan zijn oogen naar Warja, glimlachte, boog en vertrok zonder verder een woord te zeggen.

Gavrila Ardaljonowitch mocht zich werkelijk met recht over zijn lot en ongeluk beklagen. Gedurende eenigen tijd kon Warja er niet toe komen hem aan te spreken, zelfs niet hem aan te zien, terwijl hij met groote stappen langs haar op en neer ging; eindelijk trad hij aan het raam en keerde haar den rug toe. Warja dacht aan de Russische spreekwijze: „een stok met twee einden". Men hoorde boven weer leven.

— Je gaat? wendde zich Ganja, die hoorde dat zij opstond, naar haar toe. — Wacht even, en kijk dit eens.

Hij kwam naderbij en wierp een stukje papier voor haar op een stoel, dat als een briefje was toegevouwen.

— God! riep Warja uit en sloeg de handen samen.

Het briefje bevatte juist zeven regels:

„Gavrila Ardaljonowitch! Overtuigd van uw goede gezindheid tegenover mij, wil ik uw raad vragen in een voor mij gewichtige kwestie. Ik zou u morgenochtend

Sluiten