Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK III

ij iedere andere gelegenheid zou het geharrewar met den generaal op niets zijn uitgeloopen. Ook vroeger waren zulk soort gevallen van plotselinge eigenzinnigheid bij hem voorgekomen, zij het ook vrij zeldzaam, omdat het, in 't algemeen gesproken.

een uiterst vredelievend man was, zelfs met haast goedige neigingen. Hij had misschien wel honderdmaal den strijd aangebonden met de hem in de laatste jaren beheerschende ongeregeldheid. Het schoot hem dan eensklaps te binnen, dat hij „hoofd van het gezin" was, dan verzoende hij zich met zijn vrouw en weende oprecht. Hij had voor Nina Alexandrovna een eerbied, die aan aanbidding grensde, omdat zij hem zooveel vergaf, dit zwijgend doen kon en hem zelfs in zijn bespottelijke en vernederde verschijning liefhad. Maar gewoonlijk duurde de edele strijd tegen de ongeregeldheid niet lang; de generaal was ook al weer op zijn manier een „heftig mensch; hij hield gewoonlijk het gezinsleven in berouw en ledigheid niet vol, en eindigde met oproerig te worden; hij verviel tot heftige uitbarstingen, waarover hij misschien op het oogenblik zelf al spijt had, en die hij zich verweet, maar toch kon hij het niet volhouden: hij maakte twist, begon omslachtig te oreeren, eischte voor zijn persoon een mateloozen en onmogelijken eerbied en verdween ten slotte uit het huis, soms zelfs voor langen tijd. In de laatste twee jaren wist hij aangaande zijn gezin slechts een en ander in t algemeen of van hooren zeggen; er nader op ingaan deed hij niet meer, aangezien hij daartoe niet de minste roeping gevoelde.

Maar dit keer was er in „het geharrewar met den generaal" iets bizonders; het was of iedereen iets wist en of iedereen bang was over iets te reppen. De generaal had zich „formeel" aan zijn familie vertoond, dat is te zeggen aan Nina Alexandrovna, nog niet langer dan drie dagen geleden, maar niet zooals dat bij vorige gelegenheden het geval was geweest,

Sluiten