Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK IV

istgesteld was twaalf uur, maar geheel toevallig werd de vorst opgehouden. Toen hij thuis kwam, vond hij den generaal al op hem wachten. Bij den eersten oogopslag merkte hij, dat deze ontevreden was en misschien wel juist daarover, dat

hij had moeten wachten. De vorst haastte zich plaats te nemen, terwijl hij zich verontschuldigde, maar deed zonderling schuchter, alsof zijn gast van porcelein was, en hij elk oogenblik vreesde hem te zullen breken. Vroeger had hij nooit schuchterheid tegenover den generaal gekend, was het zelfs niet in hem opgekomen om schuchter te zijn. Spoedig zag de vorst, dat dit een heel ander man was dan gisteren; inplaats van verwarring en verstrooidheid, toonde zich een zekere ongewone ingehoudenheid; men kon de gevolgtrekking maken, dat deze mensch definitief tot iets besloten was. De kalmte was trouwens meer van den buitenkant dan wel wezenlijk. Maar in elk geval was de gast van een voorname ongedwongenheid, zij het ook met ingehouden waardigheid, aanvankelijk wendde hij zich eenigermate uit de hoogte tot den vorst, juist zoo als soms voornaam ongedwongen, trotsche, maar ten onrechte gekrenkte, menschen doen. Hij sprak vriendelijk, ofschoon niet zonder dat in zijn stem een zekere kommer doorklonk.

— Uw boek, dat ik onlangs van u meenam, (hij maakte een beteekenisvolle hoofdbeweging naar het boek, dat hij had meegebracht en dat op tafel lag), — wel bedankt.

— Och ja; heeft u dat artikel gelezen, generaal ? Hoe vondt u het? Interessant, nietwaar? verheugde zich de vorst, dat hij zoo gauw een gesprek over bijzaken kon aanvangen.

— Interessant, mijnentwegen, maar ook grof en, natuurlijk, onzinnig. Misschien zijn het wel enkel leugens.

De generaal sprak met aplomb, de woorden zelfs eenigszins rekkend.

— Ach, het is niets dan een simpel verhaal; het verhaal

Sluiten