Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Ik zal het verklaren, ik zal het je verklaren ik zal

je alles zeggen; schreeuw niet, men zal het hooren le

roi de Rome.... O ik kan het niet dragen, ik heb zoo'n verdriet!

„Njanja, waar is je graf!"

Wie heeft dat gezegd, Kolja?

— Ik weet het niet, ik weet het niet, wie dat gezegd heeft! Laten we dadelijk naar huis gaan, dadelijk! Als 't moet zal ik Ganja de beenen stukslaan ... maar waarheen wilt ge nu weer ?

De generaal trok hem echter mee naar de trap van een huis dichtbij.

— Waarheen wilt ge? Dat is een vreemde trap!

De generaal zette zich op de trap en trok Kolja bij de hand al dichter tot zich.

— Buk je, buk je! mompelde hij. — Ik zal je alles zeggen ... de schande.... buk je.... aan je oor, aan je oor.... ik zal het aan je oor zeggen ....

— Wat hebt ge dan toch! schrok Kolja vreeselijk; hij hield hem echter zijn oor toe.

— Le roi de Rome...., fluisterde de generaal, die ook over het heele lichaam scheen te sidderen.

— Wat? .... Wat hebt ge dan toch met 1 e roi de Rome?.... Wat ?

— Ik .... ik ...., fluisterde de generaal weer, die zich al vaster en vaster aan den schouder van „zijn jongen" klampte,

— ik wil.... ik je alles, Marja, Marja Petrovna

Soe-Soe-Soe....

Kolja rukte zich los, greep zelf den generaal bij de schouders en keek hem, als verwezen aan. De oude man was purperrood, zijn lippen werden blauw, fijne krampsidderingen vluchtigden over zijn gelaat. Plotseling boog hij voorover en viel zacht in Kolja's armen.

— Een beroerte! riep deze, zóó dat het de heele straat door klonk. Eindelijk begreep hij wat er gebeurde.

Sluiten