Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK V

Is 't er op aankwam had Warwara Ardaljonovna, in het onderhoud met haar broer, de nauwkeurigheid harer inlichtingen aangaande een verloving van den vorst met Aglaja Jepantschina eenigermate overdreven. Het kan zijn, dat zij, als scherpziende

vrouw, vooruit had geraden wat in de naaste toekomst geschieden moest; het kan ook zijn, dat zij, geƫrgerd omdat haar droomen (waaraan ze zelf wezenlijk niet geloofd had) in rook vervlogen waren, uit menschelijke zwakheid, zich het genoegen niet had kunnen ontzeggen om door overdrijving van het ongeluk, nog meer venijn in het hart van haar broeder, dien ze overigens werkelijk en hartstochtelijk liefhad, te gieten. Maar in elk geval had ze van haar vriendinnen Jepantschin geen zoo preciese inlichtingen kunnen krijgen; het waren slechts aanduidingen geweest, halfgesproken woorden, zwijgen, raadselachtigheden. Misschien hadden Aglaja's zusters ook met opzet over een of ander gepraat om zelf iets van Warwara gewaar te worden; en eindelijk kon ook dit het geval zijn, dat zij evenmin de vrouwelijke voldoening wilden missen van een vriendin, zelfs eene, die zij al uit haar kinderjaren kenden, een beetje te plagen; het was immers onmogelijk dat zij in al dien tijd niets van haar plannen hadden ontdekt.

Aan den anderen kant had de vorst, al was hij ook volkomen te goeder trouw geweest, toen hij Lebedef verzekerde, dat hij hem niets mee te deelen had en dat eigenlijk niets bizonders met hem gebeurd was, zich misschien ook vergist. In werkelijkheid was het voor allen of ze tegenover iets heel wonderlijks stonden: er was niets gebeurd en tegelijk scheen het alsof er zeer veel was gebeurd. En dat laatste had ook Warwara Ardaljonovna met haar zuiver vrouwelijk instinct geraden.

Hoe het echter gekomen was, dat bij de Jepantschins allen plotseling tegelijk met een eenige en vereende gedachte er

Sluiten