Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Nee, maar omdat ik mijn lijden niet waard ben.

— Wie meer heeft kunnen lijden is dus ook meer lijden waard. Toen zij uw biecht had gelezen, heeft Aglaja Iwanovna u willen spreken, maar....

— Ze heeft het uitgesteld ... ze kon niet, ik begrijp het, ik begrijp het, onderbrak hem Hippolyt alsof hij het gesprek zoo gauw mogelijk op iets anders wilde brengen. — A propos, men zegt dat gij haar al dat gedaas hebt voorgelezen; werkelijk, dat is in koorts opgeschreven en .... bedacht. En ik begrijp niet hoezeer men, ik zal niet zeggen: wreed (dat is vernederend voor mij), maar: kinderachtig ijdel en wraakgierig moet zijn om mij die biecht te verwijten en ze als wapen tegen mij te keeren! Verontrust u niet, ik spreek niet over u....

— Maar het spijt mij, Hippolyt, dat ge u van dat opstel losmaakt; het is oprecht, en weet, dat zelfs de belachelijkste kanten eraan, die vele zijn (Hippolyt fronste zwaar), worden losgekocht door het leed, want ook het bekennen ervan beteekende leed en .... misschien sterke manhaftigheid. De u drijvende gedachte had ongetwijfeld, wat ook anders schijnen moge, een edelen grond. Hoe verder ik er van af sta, des te klaarder zie ik dat, dat bezweer ik u. Ik spreek geen oordeel over u, ik zeg het om mij te uiten en ik heb er spijt over, dat ik tóen gezwegen heb....

Hippolyt schoot het naar 't hoofd. De gedachte was voor hem opgeflitst, dat de vorst huichelde en hem erin wou laten loopen, maar toen hij hem aanzag was het onmogelijk aan zijn oprechtheid te twijfelen; zijn gezicht helderde op.

— En dat moet toch sterven! zei hij. Bijna had hij er bijgevoegd : „een mensch als ik!" — En stel u voor hoe uw Ganetschka mij uitscheldt; hij heeft bij wijze van weerlegging bedacht, dat drie of vier van hen, die toen naar mijn opstel hebben geluisterd, misschien wel eerder zullen sterven dan ik! Hoe is die! Hij denkt dat dit mij troosten zal, ha! ha! Ten eerste: zijn ze nog niet dood; en indien die menschen zelfs ook al zouden sterven, wat voor troost heb ik

Sluiten