Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan daarvan, is 't niet ? Hij rekent naar zichzelf; hij is trouwens nog een stukje verder gegaan; hij schimpt nu maar gewoonweg, zegt dat een fatsoenlijk mensch in zoo'n geval zwijgend sterft en dat ik in dat alles niets dan egoïsme heb getoond! Zoo'n nummer! Nee, dan was er eerst egoïsme bij hèm! Wat een fijn, of betergezegd, tegelijkertijd, wat een ossengrof egoïsme hebben zij, dat ze toch met geen mogelijkheid bij zichzelf kunnen ontdekken!.... Hebt gij gelezen van den dood van een zekeren Stjepan Gljebof, vorst, in de achttiende eeuw? Ik las het toevallig gisteren....

— Van wat voor een Stjepan Gljebof?

— Die gepaald werd onder Peter.

— Ach, mijn God, ja. Hij bleef vijftien uur op de paal, in de kou, in pels, en stierf met buitengewone heldhaftigheid;

maar wat bedoelt ge ? ik heb het gelezen maar wat

zou dat?

— God geeft toch soms aan menschen een zoodanigen dood, aan ons alleen niet! Gij denkt misschien dat ik niet in staat zou zijn om zoo te sterven als Gljebof?

— O, heelemaal niet, werd de vorst verlegen, — ik wou

enkel zeggen, dat zij ik bedoel niet, dat gij niets van

een Gljebof zoudt hebben, maar .... dat gij .... dat gij dan eerder....

— Ik raad het: dat ik een Osterman ben en geen Gljebof... dat wildet ge zeggen?

— Wat voor een Osterman? verwonderde de vorst zich.

Osterman, de diplomaat Osterman, de Osterman van

Peter, mompelde Hippolyt eensklaps wat uit 't veld geslagen. Eenige weifeling volgde.

— O n... n ... nee! Dat wou ik niet zeggen, rekte de vorst plotseling na een oogenblik stilte; — gij zoudt naar mij voorkomt.... nooit een Osterman geweest zijn.

Hippolyt betrok.

— Overigens verzeker ik dat slechts immers daarom zoo, ving de vorst eensklaps weer aan, blijkbaar met den wensch zich te rechtvaardigen, — omdat de menschen van toen

Sluiten