Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men bijna alleen op Jevgeny Pavlowitch; hij moest er wel zijn daar hij Bjelokonskaja begeleidde.

Al bijna drie dagen van te voren had de vorst vernomen dat Bjelokonskaja zou komen, maar dat er een ontvangavond zou zijn hoorde hij eerst den vorigen dag. Natuurlijk viel hem wel het zenuwachtig gedoe der familieleden op en had hij zelfs aan zekere aanduidende en bezorgde woorden, die hij te hooren had gekregen, doorgrond, dat men bang was voor den indruk dien hij zou kunnen maken. Maar de Jepantschins waren feitelijk met zijn allen van meening, dat hij door zijn simpelheid met geen mogelijkheid zelf in staat zou zijn er achter te komen, dat zij om zijnentwil zoo bang waren. En zoo waren allen, als ze hem aanzagen, innerlijk benauwd. Hij hechtte trouwens ook inderdaad zoo goed als geen beteekenis aan de aanstaande gebeurtenis; hij was geheel door andere dingen ingenomen: Aglaja werd met elk uur wispelturiger en somberder — dat vermoordde hem. Toen hij vernam, dat ook Jevgeny Pavlowitch verwacht werd, was hij daar erg blij om en zei, dat hij al lang verlangd had hem te zien. Uit de een of andere oorzaak hadden die woorden niemand aangestaan: Aglaja ging in ergernis de kamer uit en nam eerst 's avonds laat, tegen twaalven, toen de vorst al bezig was op te stappen, het oogenblik waar, om, hem uitlatende, hem enkele woorden apart te zeggen.

— Ik zou willen, dat ge morgen den heelen dag niet bij ons kwaamt, maar eerst 's avonds, als die.... gasten verschijnen. Ge weet, dat er gasten zullen zijn?

Zij sprak ongeduldig en zeer bruusk, het was voor 't eerst, dat zij het met hem over dien „avond" had. Ook zij kon de gedachte aan gasten bijna niet uitstaan; allen hadden dat gemerkt. Misschien had ze ook wel ergen lust om hierover kwestie te maken met haar ouders, maar haar trots en schaamte beletten haar het spreken. De vorst begreep dadelijk, dat ook zij om zijnentwil bang was (en zich niet wilde bekennen, dat ze bang was); en eensklaps werd hij zelf verschrikt.

— Ja, ik ben uitgenoodigd, antwoordde hij.

Sluiten